De NS moet de problemen met het treinverkeer op de hogesnelheidslijn aanpakken, anders wordt het tracé mogelijk opengesteld voor andere spoorbedrijven. Dat zegt staatssecretaris Sharon Dijksma van Infrastructuur.

Zij zegt dit zaterdag in een interview in De Telegraaf. 

Wel krijgen de Nederlandse Spoorwegen nog even de tijd om hun zaakjes, na het Fyra-debacle, op orde te krijgen.

"Aan de ene kant wil je de mooiste lijn van ons land niet opeens weggeven aan een concurrent van de NS", stelt Dijksma. "Maar andersom is het natuurlijk wel zo dat als er niet geleverd wordt, we niet met elkaar eindeloos blijven soebatten over de vraag waarom niet. Het moet door de NS opgelost worden, desnoods door samen te werken met een concurrent."

Veolia

Eerder liet Veolia Transport Nederland al weten "zeer geïnteresseerd" te zijn om opnieuw mee te dingen naar de concessie voor de hogesnelheidslijn tussen Amsterdam en Brussel.

Veolia verloor destijds de aanbesteding van de NS en eindigde als tweede. Het bedrijf bood destijds iets minder dan 80 miljoen euro per jaar voor de concessie. NS verkreeg de concessie door het dubbele bedrag te bieden.

Regio-ambities

Staatssecretaris Dijksma zet trouwens in het interview ook vraagtekens bij het meedingen van de NS op het rijden op allerlei regionale spoortrajecten. "De kamer vraagt zich terecht af waarom de NS nou voortdurend moet meedingen naar al die regionale spoortrajecten. Zou men zich niet beter op het hoofdrailnet kunnen concentreren? En daar ben ik het mee eens."

Verder wil de bewindsvrouw dat het financieel beheer bij spoorbeheerder Prorail anders wordt georganiseerd. Er gaat te weinig geld naar spoorvervanging en te veel naar grote projecten, zoals stations, stelt zij.