MONZA - Hij was zeker niet de meest geliefde maar wel de meest succesvolle formule 1-coureur ooit. Michael Schumacher kreeg geregeld kritiek wegens onsportieve acties maar toonde nog veel vaker aan dat hij qua stuurmanskunst op eenzame hoogte stond. Over drie GP's trapt 'Schumi' definitief op de rem.

Het boegbeeld van Ferrari kondigde zijn afscheid aan terwijl hij met Fernando Alonso is verwikkeld in een fel gevecht om de wereldtitel. De Duitser, die momenteel twee punten achterstand heeft op zijn Spaanse rivaal, zal tot het uiterste gaan om voor de achtste keer de wereldtitel te veroveren. Schumacher zou zichzelf niet zijn, wanneer hij - in de jacht op triomfen - de grens van het toelaatbare opzoekt én overschrijdt.

De wijze waarop de Kerpenaar in 1994 voor het eerst het wereldkampioenschap Formule 1 won, was tekenend voor diens dadendrang. In de afsluitende Grote Prijs maakte Schumacher een stuurfout waardoor zijn auto beschadigd raakte. De coureur kon verder rijden en gaf concurrent Damon Hill de ruimte hem in te halen. De Brit dook dat gat in, waarna Schumacher plots de deur dichtgooide en beide auto's botsten. Zowel de Duitser als Hill haalde de finish niet, waardoor Schumacher voor het eerst de wereldtitel veroverde.

Controverse

De protégé van de Italiaan Flavio Briatore zorgde vaker voor controverse. In 1997 ramde hij weloverwogen Jacques Villeneuve van de baan. De Canadees overleefde de 'aanslag' en pakte de wereldtitel. De autosportfederatie besloot Schumacher alle WK-punten te ontnemen, waardoor hij zich niet 'Vize-Meister' mocht noemen.

De lijst met incidenten is lang, maar het palmares is uitgebreider. De recordboeken wijzen het uit, Michael Schumacher is onbetwist de beste formule 1-rijder ooit. Hij begon zijn loopbaan in 1991 in een Jordan en verkaste het daaropvolgende seizoen direct naar Benetton. Na vier seizoenen werd hij ingelijfd door de Squadra Ferrari.

Records

Schumacher won het vaakst de wereldtitel (zeven), schreef de meeste GP's op zijn naam (90), mocht het vaakst van poleposition vertrekken (68) en stond liefst negentien keer op rij op het podium van een Grand Prix, ook een record.

Slechts op drie lijstjes prijkt er een andere naam bovenaan. Zo zegevierde de Italiaan Alberto Ascari in de jaren 1952-1953 negen keer op rij, terwijl de kopman van Ferrari in 2004 tot 'slechts' zeven opeenvolgende zeges kwam. Ook verscheen de Italiaan Riccardo Patrese vaker aan de start van een GP dan Schumacher. Terwijl Patrese 256 keer op de grid vertoefde, gingen voor de Duitser 9 keer minder de lichten op groen. Met nog drie races te gaan, is die mijlpaal ook onbereikbaar.

Concurrent Fernando Alonso kroonde zich vorig jaar tot jongste formule 1-kampioen ooit en dus zal Schumacher ook dat record nooit achter zijn naam hebben. Toch zal dat de Duitser weinig deren. Zo liet de Ferrari-kopman - toen hij het record aantal polepositions van Ayrton Senna afsnoepte - optekenen dat-ie weinig interesse had in die records. "Deze prestatie is niet zo belangrijk voor mij", sprak hij destijds. "Nu wil ik vooral laten zien dat ik ook tijdens de race snel kan zijn. Als je met racen stopt, kan je naar records kijken." Die tijd breekt voor Schumacher binnenkort aan.