De Formule 1 worstelt al jaren met de indeling van de raceweekenden. Die zijn te lang, of juist te leeg. Dit weekend experimenteert de koningsklasse daarom met een extra 'sprintkwalificatie'. Het doel: meer actie, meer spanning, blijere fans en daarmee meer inkomsten. Maar of het een succes wordt, hangt vooral van de coureurs af.

Eerst even de voorgeschiedenis. Wat is er mis met een normaal Grand Prix-weekend?

Momenteel duurt zo'n evenement vier dagen, waarvan er twee worden gevuld met een persdag en vrije trainingen. Het eerste echte spanningsmoment komt zaterdagmiddag pas, tijdens de kwalificatie. Zondag is de race het hoofdmenu en dan is het Formule 1-weekend alweer voorbij.

Pure liefhebbers smullen ook van de kwalificatiesimulaties in de derde vrije training op zaterdagochtend, maar of het grote publiek daarvoor ook de televisie aanzet, is maar de vraag.

Experiment met een korter weekend

In 2020 kon er mede om logistieke redenen worden geëxperimenteerd met een korter weekend, zoals tijdens de Grand Prix van Emilia-Romagna op het Italiaanse Imola. Daar werd de vrijdag geschrapt en was er nog maar één vrije training voor de kwalificatie op zaterdag.

Het idee was dat slechts één training en de daardoor beperkte voorbereidingstijd de slagorde door elkaar zou kunnen gooien, maar daar kwam in de praktijk niet veel van terecht. Lewis Hamilton won de race nadat Valtteri Bottas eerder poleposition had gepakt.

Sowieso is het maar de vraag of een slechts twee dagen durend evenement het wel de moeite waard maakt om het Formule 1-circus met vliegtuigen vol naar bijvoorbeeld Australië te verhuizen.

Zo werkt de nieuwe sprintrace in de Formule 1
86
Zo werkt de nieuwe sprintrace in de Formule 1

Een weekend kan ook worden opgevuld

Dat gaat de Formule 1 dit jaar drie keer proberen. Drie momenten met echte competitie in één weekend, met de kwalificatie op vrijdag, een korte sprintrace over 100 kilometer op zaterdag en de normale hoofdrace op zondag. Daar passen nog twee vrije trainingen bij: vrijdag voor de kwalificatie en zaterdag voor de sprintrace.

Dag 1 was vrijdagavond al een succes. De Britse fans waren in groten getale aanwezig op Silverstone en konden nog juichen ook, dankzij een pole (of eerste startplaats) van Hamilton en de excellerende George Russell. Het levert de Formule 1, de teams, de uitzendgemachtigden en de sponsors allemaal meer aandacht op, en dus - daar draait het uiteindelijk om - meer inkomsten. De koningsklasse wil graag veel verdienen, maar weet tegelijkertijd dat dat eigenlijk alleen kan met een format dat te pruimen is voor het merendeel van de fans.

De tweede vrije training op zaterdagochtend is het eerste barstje in het plan van de Formule 1. Na de kwalificatie zijn de auto's namelijk in 'parc fermé' gegaan, waardoor er vrijwel niets meer aan de afstelling mag worden veranderd. Het maakt van het uur op zaterdag een niemendalletje waarin de teams alleen kunnen uitvogelen hoelang de banden het uithouden, om zo de strategie voor de race te kunnen bepalen.

Vorig seizoen werd in Imola eigenlijk al bewezen dat één vrije training genoeg is. De voorbereiding van de teams vindt grotendeels plaats in de fabriek, met de simulator en geavanceerde testbanken. Dit element in het plan haalt de hoop dat de slagorde door weinig training minder vastligt overigens ook onderuit. De topteams bezitten meer middelen om zich beter voor te bereiden, en hebben dus waarschijnlijk juist voordeel bij minder training op het echte asfalt.

De tribunes zaten vrijdagavond tijdens de kwalificatie al goed vol

De tribunes zaten vrijdagavond tijdens de kwalificatie al goed vol
De tribunes zaten vrijdagavond tijdens de kwalificatie al goed vol
Foto: Getty Images

Dan de sprintrace zelf: wordt dat een succes?

Hier zijn voor de Formule 1 risico's aan verbonden. We zetten er een paar op een rij:

Gaan de coureurs wel voluit? De sprintrace bepaalt de startopstelling van de hoofdrace, maar levert verder maximaal drie punten op. Dus coureurs die al op een goede positie rijden, moeten wel het risico willen nemen om aan te vallen. Eén domme spin en je start zondag achteraan. De Formule 1 rekent op de competitieve geest van de coureurs, maar die hebben ook een team dat in hun oor brult dat ze voorzichtig moeten doen. Geen boordradio's was een leuk extra element geweest.

Het kan eigenlijk alleen op circuits waarop je ook echt kunt inhalen. Na Silverstone staat de eerstvolgende race gepland op Monza, twee banen waar het goed inhalen is. Een sprintrace op Monaco zou een voorbeeld van zinloosheid zijn. Dit wil de Formule 1 overigens ook niet per se. Volgens Ross Brawn wordt er met het oog op volgend seizoen gedacht aan zes Grands Prix met een sprintrace. Als een soort Grand Slams op de kalender.

Het is voorbij in een oogwenk. 100 kilometer komt op Silverstone neer op zeventien ronden, en grofweg een half uur racen. In een normale race zijn er ook niet continu duels. Coureurs moeten eerst maar eens bij elkaar in de buurt zien te komen. Vooral nu ze waarschijnlijk allemaal op dezelfde mediumband gaan starten en er dus geen grote bandenverschillen ontstaan, is het maar de vraag of ze überhaupt tot duels komen. Zeker met de voorzichtigheid in het achterhoofd en het feit dat de snelste auto's gewoon vooraan starten.

De coureurs moeten het doen

De Formule 1 hoopt natuurlijk op een ander scenario en wordt bij de eerste poging alvast geholpen door de startopstelling. De racepace die Max Verstappen vanaf de tweede plaats op het asfalt kan leggen, is waarschijnlijk minstens net zo goed, of zelfs beter, dan die van de als eerste vertrekkende Hamilton. Dus een duel tussen de titelrivalen zit er zeker in.

Daarachter start Charles Leclerc in de Ferrari als vierde. De Monegask heeft het woord 'voorzichtig' niet in zijn vocabulaire. Leclerc zal sowieso aan de slag moeten om de twee McLarens (Lando Norris en Daniel Ricciardo) en Sergio Pérez van Red Bull van het lijf te houden.

Bovendien kondigde de als achtste startende George Russell al aan "er gewoon voor te gaan". Stiekem willen de meeste coureurs echt wel. Nu nog hopen dat de teambazen zich daar ook in kunnen vinden.