Tijdens de Grand Prix van Portugal van zondag lieten Mercedes en vooral Lewis Hamilton maar weer eens zien hoezeer ze het Formule 1-veld in hun greep hebben. Red Bull en Max Verstappen zetten stapjes in de goede richting, maar de regels rond testen en ontwikkeling maken het onmogelijk om snel in te lopen op het kampioensteam.

Die regels zijn vooral bedacht om de topteams te beteugelen. Aan het begin van deze eeuw was namelijk alles nog mogelijk. In de pitbox stonden twee raceauto's en een reserve-auto, testen gebeurde onbeperkt en doorgaans werden er meerdere motoren per weekend gebruikt. Geld speelde geen rol. Althans, voor de topteams met gigantische budgetten.

In 2020 is alles anders. Formule 1-teams zijn al gewend om het seizoen met drie motoren door te komen. Updates aan de krachtbron zijn sowieso aan banden gelegd. Hetzelfde geldt voor versnellingsbakken en de onderdelen van het hybridesysteem. Er mag door het seizoen heen wel worden ontwikkeld, maar formeel alleen om de motor betrouwbaarder te maken.

Daarnaast mag er nauwelijks nog getest worden, waardoor teams afhankelijker zijn van de windtunnel of computersimulaties. Maar ook het gebruik van dat soort middelen is weer begrensd. De technici van de teams worden op allerlei manieren beperkt in hun mogelijkheden om de auto sneller te maken. Niet alleen door de testlimieten, maar ook door de strenge technische reglementen die weinig creativiteit toestaan.

Gat Verstappen naar snelste Mercedes in kwalificatie

  • Oostenrijk I - 0,5 seconde
  • Oostenrijk II - 1,2 seconde
  • Hongarije - 1,4 seconde
  • Groot-Britannië I - 1 seconde
  • Groot-Britannië II - 1 seconde
  • Spanje - 0,7 seconde
  • België - 0,5 seconde
  • Italië (Monza) - 0,9 seconde
  • Italië (Mugello) - 0,4 seconde
  • Rusland - 0,5 seconde
  • Duitsland - 0,3 seconde
  • Portugal - 0,3 seconde

De auto's blijven in 2021 grotendeels hetzelfde

Normaal kunnen teams voor een nieuw seizoen uiteraard wel een nieuwe auto bouwen, waarin zo veel mogelijk verbeteringen worden meegenomen. Maar dat ligt anders voor 2021. Om de kosten te drukken vanwege de coronacrisis hebben de teams afgesproken om de auto van 2020 te blijven gebruiken.

Om dat in goede banen te leiden, is een complex tokensysteem bedacht. Het komt er simpelweg op neer dat teams tokens mogen inzetten om updates door te voeren aan onderdelen die anders ongewijzigd moeten blijven.

Dan gaat het bijvoorbeeld over de monocoque (waar de coureur in zit), de versnellingsbak, delen van de wielophanging of de remmen. De teams kunnen één keer twee tokens inzetten voor een grote ingreep, of twee keer één token voor twee kleinere ingrepen.

Tokens kunnen maar één keer worden uitgegeven

Teams moeten dus goed bedenken welke updates ze willen doorvoeren, want de tokens zijn uiteraard maar één keer uit te geven. Als een update niet blijkt te werken, mag het team die wel terugdraaien. Maar de token krijgen ze er niet voor terug.

Ferrari heeft bijvoorbeeld al bepaald dat het vooral de achterkant van de auto wil aanpakken. Uiteraard willen de Italianen ook hun zwakke motor vervangen. Dat mag, met de nieuwe krachtbron is men in Maranello al het hele seizoen druk bezig. Die nieuwe motor moet namelijk wel in één keer goed zijn, want eenmaal ingezet mag er de komende seizoenen weinig meer aan veranderd worden.

Aerodynamisch gezien hebben de teams nog wel veel bewegingsruimte. De vleugels, barge boards en het bodywork kunnen in redelijke vrijheid onder handen worden genomen, al zitten er dus limieten aan de ontwikkelingsmogelijkheden.

Lewis Hamilton en Max Verstappen bespreken de kwalificatie van zaterdag op Portimão. (Foto: ANP)

Red Bull zou het liefst elke week testen

Terug naar Red Bull en de strijd om in te lopen op Mercedes. Idealiter laat technische baas Adrian Newey zijn coureurs tussen de races door rondenlang testen. De Brit wil graag onbeperkt een schaalmodel laten draaien in de windtunnel. En Honda neemt het liefst elk weekend een nieuwe motor mee naar het circuit. Het mag alleen niet. Er zijn regels, en die regels zijn voor iedereen gelijk.

Die regels en restricties verklaren wel waarom het voor Red Bull, en Max Verstappen, moeilijk is om in te lopen op Mercedes. De RB16 van de Limburger begon op achterstand aan het begin van het seizoen, en komt nu met kleine stapjes dichterbij.

En dat terwijl Mercedes relatief minder hoeft te doen om zijn voorsprong te behouden. Dat staat nog los van het feit dat het in Engeland gevestigde Duitse team niet voor niets sinds 2014 alle kampioenschappen heeft gewonnen. Het is een ijzersterke formatie. Reuzenstappen waarmee Verstappen opeens een paar tienden sneller gaat dan Hamilton zijn dus niet realistisch.

Is er dan geen licht aan het einde aan de tunnel? Jawel: in 2022 gaat het technisch reglement grondig op de schop en komen er zeer sterk gewijzigde auto's. Dat is het moment voor Red Bull om toe te slaan. Tot die tijd moet Verstappen het doen met de spaarzame kansen die hij krijgt.