Max Verstappen besluit pas na de eerste vrije trainingen van vrijdag voor de Grand Prix van Italië of hij dit weekend gebruik gaat maken van de nieuwe Renault-motor.

Daniel Ricciardo gaat de nieuwe krachtbron vrijdag in ieder geval testen. Daarna hakt Verstappen de knoop door, maar hij heeft geen hoge verwachtingen van de zogenoemde Spec 3-motor.

"We willen zo veel mogelijk performance, maar ik verwacht er niet al te veel van. We zien het allemaal wel", zegt Verstappen donderdag op zijn eigen website.

De nieuwe Renault-motor zou per ronde voor een tijdwinst van drie tienden van een seconde moeten zorgen. Er wordt nog wel aan de betrouwbaarheid van de nieuwe krachtbron getwijfeld.

"Dat het Renault-team die motor zelf niet gaat gebruiken, zegt normaal gezien natuurlijk al genoeg", concludeert Verstappen. "Maar als die motor echt drie tienden van een seconde winst per ronde betekent, dan zou ik hem als Renault zijnde echt wel nemen. Natuurlijk zitten er voor- en nadelen aan, maar die gaan we nu zelf wel ontdekken."

Ricciardo start achteraan op Monza

Ricciardo start zondag sowieso achteraan. De Australiër heeft het maximaal toegestane aantal van drie motoren al verbruikt, waardoor hij een gridstraf krijgt. Omdat Verstappen nog een keer van motor mag wisselen, hoeft hij geen gridstraf te verwachten.

Op het Italiaanse circuit zijn de Red Bulls vanwege hun minder krachtige motoren in het nadeel ten opzichte van Mercedes en Ferrari. Twee weken later op het bochtige circuit van Singapore hopen Verstappen en Ricciardo wel weer te kunnen concurreren met de twee dominante teams in de Formule 1.

"Dit is absoluut het lastigste circuit voor ons. Puur qua vermogen", aldus Verstappen. "We moeten de auto hier gewoon goed afstellen en dan zien we het wel."

De eerste vrije training voor de GP van Italië begint vrijdag om 11.00 uur. Vier uur later staat de tweede vrije training op het programma, waarna zaterdag de derde vrije training en de kwalificatie volgen. De race op het circuit van Monza gaat zondag om 15.10 uur van start.