De Spaanse Grand Prix is de vijfde race van het Formule 1-kampioenschap, dat daarmee op een kwart is. De race in Catalonië is traditioneel een meetpunt om te zien hoe de verschillende teams tot nu toe hebben gepresteerd. Een overzicht per team.

Ferrari, 114 punten

Het Italiaanse topteam beleeft het beste seizoen sinds de aanvang van het turbo-tijdperk in 2014. In Bahrein, China en Azerbeidzjan was de rode auto de snelste, wat resulteerde in twee overwinningen en drie pole positions voor Sebastian Vettel. Kimi Raikkonen heeft de snelheid ook goed te pakken, maar maakt met name in de kwalificaties nog te veel fouten.

De SF-71H is meer een allrounder dan de auto van 2017, die met name op de langzamere circuits sterk was. Ferrari lijkt Mercedes aardig bijgehaald te hebben wat betreft de kracht van de motor en is onder leiding van technisch directeur Mattia Binotto uitgegroeid tot aerodynamische trendsetter in plaats van volger. De grote vraag: kan Ferrari de ontwikkelingsrace met Mercedes tot het einde van het seizoen aan? Doorgaans legt de 'Scuderia' het daarin af tegen de regerend wereldkampioen.

Mercedes, 110 punten

Kreeg Mercedes in 2017 al de nodige weerstand van de concurrentie, in 2018 lijkt de dominantie van het team van wereldkampioen Lewis Hamilton helemaal verleden tijd. De W09 is nog steeds een auto waarmee gewonnen kan worden, maar tot nu toe was Mercedes alleen in Australië afgetekend het sterkste team. Sindsdien heeft Ferrari zich sterk verbeterd en is het een spannende strijd vooraan. Vooral in koude temperaturen, zoals in Barcelona, doet de W09 het goed.

Hamilton had enkele zwakkere optredens en heeft nog moeite met de auto. Valtterri Bottas heeft juist een stap gezet en is vaak sneller dan Hamilton, en anders zit hij niet ver achter zijn teamgenoot. Mercedes heeft nog steeds een ijzersterke motor en blijft de auto traditioneel sterk verbeteren door het seizoen heen. Meer concurrentie, maar nog steeds absolute top.

Red Bull Racing, 55 punten

Het team van Max Verstappen heeft in 2018 nog maar één podiumplaats gescoord, al was dat wel de overwinning dankzij de safetycar voor Daniel Ricciardo in China. Verder legt Red Bull het in tempo en betrouwbaarheid voorlopig af tegen Ferrari en Mercedes. Daar heeft ook een grote update in Barcelona geen verandering in gebracht.

Bovendien kent Red Bull vooral een rommelig seizoen, met name van de kant van Verstappen, die nog geen incidentloze race wist af te ronden. De crash tussen Verstappen en Ricciardo in Baku was het absolute dieptepunt. Red Bull wordt nog steeds gehinderd door de zwakke Renault-motor en moet dat goedmaken met het chassis en de aerodynamica. Daar gaan de Oostenrijkers vooral op circuits met weinig rechte stukken van profiteren.

McLaren-Renault, 36 punten

McLaren dankt de vierde plaats in het kampioenschap vooral aan sterke optredens in de races, want op puur tempo is de MCL33 zeker niet de vierde auto. Dankzij een grondige update in Spanje wist Fernando Alonso zich wel voor het eerst in de top tien te kwalificeren. McLaren blijft herhalen dat er nog veel verbeteringen in het vat zitten.

Alonso is de onbetwiste kopman van het team en harkte ook de meeste punten bijeen. Stoffel Vandoorne blijft iets achter bij de Spanjaard, maar geeft in de kwalificaties doorgaans niet veel toe op de tweevoudig wereldkampioen en finishte ook al drie keer in de punten. McLaren profiteert van een aardige auto, maar vooral van een sterk coureursduo.

Renault, 35 punten

Renault is naast Ferrari en Mercedes het enige fabrieksteam, maar de Fransen hebben moeite om na hun rentree in 2016 de weg naar de top te vinden. De auto wordt steeds iets beter, maar de stap naar de top drie is nog groot. Net als Red Bull wordt Renault daarbij uiteraard gehinderd door zijn eigen krachtbron, die niet kan wedijveren met Ferrari en Mercedes.

Met Carlos Sainz en Nico Hülkenberg heeft Renault wel de coureurs om de strijd om de vierde plaats in het kampioenschap aan te gaan. Renault moet echter vooral alles op alles zetten om de V6-turbo te verbeteren, wil het grote stappen kunnen zetten.

Force India-Mercedes, 16 punten

Force India dankt de zesde plaats in het kampioenschap vooral aan de verrassende podiumplek van Sergio Perez in Baku, want verder is de renstal aan een moeizaam jaar bezig. Of misschien rijdt het in Engeland gevestigde team wel rond op een plek die verwacht mag worden, want er wordt gestreden met teams met grotere budgetten. Het afgelopen seizoen presteerde Force India vooral boven zijn kunnen. Perez en Esteban Ocon vormen wel voor het tweede jaar op rij een goed duo om de kansen te grijpen als die zich voordoen.

Toro Rosso-Honda

De verwachting dat Toro Rosso met de door McLaren afgedankte Honda-motor een lastig seizoen zou krijgen, blijkt onwaar. Het team van coureurs Pierre Gasly en Brendon Hartley staat zevende, de plek waarop de B-formatie van Red Bull de afgelopen vier seizoenen eindigde. Gasly blonk uit met zijn vierde plaats in Bahrein. De vraag is vooral hoe Honda de motor kan ontwikkelen, zeker ook met het oog op mogelijke levering aan Red Bull zelf in 2018.

Haas-Ferrari

Het Amerikaanse Haas-team presteert onder zijn kunnen. Het grootste voorbeeld daarvan was de dubbele uitvalbeurt na pitstops in Australië. De Haas VF-18 heeft veel Ferrari-onderdelen en is waarschijnlijk de vierde auto op de grid. Kevin Magnussen kent een aardig seizoen, maar Romain Grosjean maakt, zoals gebruikelijk, te veel fouten voor iemand met zijn ervaring.

Sauber-Ferrari

Met steun van Alfa Romeo (en daarmee Ferrari) heeft Sauber een goede stap kunnen zetten in 2018. De auto is weer 'up to date' naar huidige standaarden, na een aantal jaren van stilstand door geldgebrek. Aan met name Charles Leclerc heeft Sauber bovendien een prima coureur, getuige zijn zesde plaats in Azerbeidzjan. Het is nu de vraag of het team zich de rest van het seizoen kan blijven ontwikkelen.

Williams-Mercedes

Williams was ooit een topteam, dat na een lange mindere periode opleefde sinds de start van het turbo-tijdperk in 2014. Nu lijkt de Britse renstal echter terug bij af. De FW41 is een uiterst matige auto en ook het coureursduo Lance Stroll en Sergei Sirotkin, die beiden betalende rijders zijn, lijkt Williams niet echt verder te helpen. Het trotse Britse team dreigt te verzanden in een achterhoederol.