UTRECHT - Voor ruim eenvijfde (22 procent) van de middelbare scholieren is geld lenen de normaalste zaak van de wereld. Gemiddeld staan jongeren tussen de 12 en 18 jaar voor 77 euro in het krijt bij anderen en dan meestal bij vrienden of ouders.

Dat blijkt uit een onderzoek van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) onder 5500 scholieren dat woensdag is gepresenteerd op het Vader Rijn College in Utrecht.

Het Nibud noemt het zorgelijk dat scholieren zo makkelijk extra geld lenen en ook krijgen. Zo wijst het instituut erop dat "slechts" 6 procent van de ouders nee zegt tegen hun geldvragende kinderen. Volgens het Nibud is het makkelijk geld lenen en krijgen, een van de oorzaken voor de alsmaar groeiende groep jongeren die bij de schuldhulpverleningsbureaus aankloppen.

Volgens het Nibud is het belangrijk dat scholieren leren "dat als het geld op is, het geld ook echt op is". Het instituut heeft dan ook, mede op initiatief van de gemeenten Utrecht, Rotterdam en Amsterdam een speciaal lesprogramma ontwikkeld. Ook het ministerie van Sociale Zaken is vorige week een campagne 'jongeren en schulden' begonnen.

Scholieren op het vmbo lenen aanzienlijk vaker dan leerlingen op havo of vwo. Een op de vier vmbo'ers leent wel eens. In de onderbouw van havo en vwo is dat ook nog 23 procent, maar in de hogere klassen zakt dit naar respectievelijk 18 en 14 procent.

Naast de schulden die de scholieren opbouwen, zegt 8 procent van de ondervraagden iets op afbetaling te hebben gekocht. Gemiddeld moeten deze jongeren 180 euro afbetalen. Ook heeft 4 procent van de leerlingen nog een rekening openstaan van gemiddeld 147 euro. "De pubers lenen vooral voor snoep en snacks, daarna voor kleding en de mobiele telefoon", aldus het Nibud. Vmbo-leerlingen zeggen vaker voor de mobiele telefoon te lenen dan de andere scholieren.

Dit is het achtste onderzoek dat het Nibud sinds 1984 onder scholieren heeft gehouden. Het instituut constateert dat jongeren net als hun ouders last hebben van de economische tegenwind. In vergelijking met het vorige onderzoek twee jaar geleden, blijkt het inkomen van jongeren nauwelijks gestegen. Nu heeft een scholier gemiddeld 115 euro per maand te besteden, tegen 113 euro in 2002.

Werken

Ook zijn de inkomsten uit baantjes iets gedaald. Dat wordt volgens het Nibud gecompenseerd door hun ouders. Gemiddeld krijgen negen van de tien scholieren geld van hun ouders. Jongens krijgen per maand 45 euro en meisjes 51 euro. Jongens verdienen weer meer geld met hun baantje (154 euro per maand) dan werkende meisjes (116 euro).

Verder groeit de groep jongeren zonder spaargeld. Twee jaar geleden zei 5 procent van de scholieren geen spaarcenten te hebben. Dat is nu bijna verdubbeld naar 9 procent. Volgens het Nibud leggen minders ouders en grootouders geld apart voor hun kinderen, terwijl juist meer leerlingen zijn gaan sparen. Ruim driekwart (77 procent) van de jongeren spaart, tegen 71 procent twee jaar geleden. Het gemiddelde bedrag dat iedere maand opzij wordt gelegd, is wel gedaald van 38 euro naar 34 euro.