DEN HAAG - Nederlandse huishoudens zijn de financiële klap van de forse koersverliezen op aandelen van de afgelopen jaren nog lang niet te boven. Hun vermogen ligt nog altijd 20 procent lager dan in 1999. Dat concluderen onderzoekers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in een maandag gepubliceerd onderzoek.

Het vermogen van de huishoudens nam in de periode 1994 tot 1999 jaarlijks met gemiddeld ruim 9 procent toe tot 840 miljard euro. Vervolgens nam dit in de jaren 2000-2002 met een kwart af door de crisis op aandelenmarkten. Vorig jaar was sprake van enig herstel.

In 2003 bedroeg het aandelenbezit van huishoudens 128 miljard euro, tegen 264 miljard in 2000. Door de teleurstellende rendementen op aandelen zijn huishoudens meer op zeker gaan spelen. Zo werden over de afgelopen drie jaar aandelen en masse omgeruild voor veiliger geachte obligaties. Het bezit van deze schuldpapieren nam toe van 29 miljard tot 48 miljard euro.

Over dezelfde periode stegen de risicoloze spaartegoeden jaarlijks met bijna 12 procent. Eind vorig jaar hadden Nederlanders voor 187 miljard euro opgepot. Ook in de eerste acht maanden van dit jaar hield de neiging om te sparen aan.

De schulden van de Nederlandse huishoudens stegen over de afgelopen tien jaar met gemiddeld ruim 12 procent per jaar. Daarmee kwam het totale schuldbedrag vorig jaar uit op 490 miljard euro. Het grootste deel hiervan bestond uit hypothecaire leningen. Bijna 90 procent van de eigen woningen was over het afgelopen jaar belast met een hypotheek.