UTRECHT - Ruim tweehonderd bedrijven in het beroepsgoederenvervoer hebben volgens FNV Bondgenoten in 2002 en/of nagelaten de prepensioenpremie voor hun werknemers te betalen. Hun werknemers dreigen daardoor tot hun 65e te moeten doorwerken, omdat zij onvoldoende vroegpensioen hebben opgebouwd om eerder te kunnen stoppen.

Het zijn vooral kleinere bedrijven met een tot twintig werknemers die niet hebben betaald, aldus maandag vakbondsbestuurder M. Gorter van FNV Bondgenoten. Hij schat dat in totaal 2100 mensen hierdoor gedupeerd zijn. De bond werd op het probleem geattendeerd door verontruste leden, die hierover een brief van het prepensioenfonds hadden ontvangen.

Het prepensioenfonds kan via juridische procedures de premie over 2003 innen. Over 2002 is dat volgens de FNV-bond een stuk moeilijker. Toen waren bedrijven nog niet verplicht die premie te betalen. De bond overweegt weigerende bedrijven met naam en toenaam bekend te maken.

Het prepensioen wordt in het beroepsgoederenvervoer in 39 jaar bijeengespaard. Er bestaat een overgangsregeling die het tekort aan opbouw uitkeert aan werknemers die niet in staat zijn hun volledige prepensioen zelf bijeen sparen. Alle werknemers die op 1 januari ouder waren dan 21 jaar, krijgen een aanvulling uit die overgangsregeling.

Als werkgevers weigeren de premie over 2002 te betalen, dan verliezen werknemers hun aanspraken op de overgangsregeling. Ouderen ondervinden daarvan het grootste nadeel.