ROTTERDAM - Geld maakt niet gelukkig, luidt een oud spreekwoord. Klopt niet, zegt Peggy Schyns. De wetenschapper heeft bewezen dat geld wel degelijk bijdraagt aan het levensgeluk. "Er is een duidelijk verband, al kun je niet zeggen dat een miljonair per definitie gelukkig is en een arme ongelukkig."

Schyns promoveert vrijdag aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op het verband tussen inkomen en levensgeluk. Ze vergeleek onder meer veertig rijke en arme landen en ontdekte dat bewoners van welvarende naties gemiddeld gelukkiger zijn.

Nederland scoort goed en staat in de 'gelukslijstjes' in de topvijf. In arme landen als Nigeria en India is de situatie minder rooskleurig. "Al vindt je binnen de arme groep ook wisselende gegevens", zegt Schyns. "In Zuid-Amerika zijn de mensen bijvoorbeeld gelukkiger dan in Oost-Europa. Dat heeft misschien ook met hun zonnige aard te maken."

Arme mensen in een rijk land zijn wat gelukkiger dan arme mensen in een arm land, blijkt uit de dissertatie. Ze hebben meer baat bij een systeem van uitkeringen, gezondheidszorg, openbaar vervoer en scholen. Culturele vrijheid blijkt ook van groot belang voor het levensgeluk.

De welvaart van een land weegt zwaarder voor het geluk van een individu dan de dikte van de eigen portemonnee. Toch wordt ieder mens gelukkiger van een inkomensverhoging. Dat effect ebt wel weg binnen twee jaar. "Geld went", zegt Schyns, "maar het is uiteindelijk maar één factor die bepalend is om gelukkig te worden. Het is ook belangrijk of je een goede band met familie en vrienden hebt en de persoonlijkheid bezit om van dingen te kunnen genieten."

Geld maakt dus niet lang gelukkig, maar geen geld maakt lang ongelukkig. Achteruitgang in inkomen doet pijn. "Het is heel menselijk om dat wat je hebt niet op te willen geven", aldus Schyns. Ze verwacht dat de economische recessie in ons land op den duur wel een kleine invloed zal hebben op het geluk van de mensen.

Schyns ondervroeg voor haar proefschrift ook een grote groep Amsterdammers welke verandering zij in hun leven wilden zien om hun tevredenheid te verhogen. Veel mensen antwoordden dat ze graag meer inkomen zouden willen hebben. Het gros zat echter boven bijstandsniveau en redde zich prima. Dat was anders voor langdurige minima. Zij blijken zich voortdurend zorgen te maken hoe ze rond kunnen komen. "Dat drukt de levenstevredenheid behoorlijk", aldus Schyns.

De promovenda kijkt zelf nuchter tegen geld aan. "Ach, ik ben nooit echt arm geweest. Het is best prettig om dingen te kunnen kopen die je wilt."