DEN HAAG - Mensen met een koophuis spinnen garen bij het voornemen om het zogenoemde gebruikersdeel van de onroerendzaakbelasting (OZB) te schrappen. De maatregel levert huiseigenaren in het gunstigste geval honderden euro's per jaar op.

Het voordeel kan per stad of per dorp sterk verschillen, aangezien gemeenten in Nederland zelfstandig het OZB-tarief bepalen. Dat tarief bestaat uit een eigenaarsdeel en een gebruikersdeel. Verder is de taxatiewaarde van de woning (WOZ-waarde) een variabele.

Uitgaande van een taxatiewaarde van 250.000 euro voor een woning is het mogelijk een voordeel te berekenen. Het statistisch bureau CBS hanteert een gemiddeld OZB-tarief van 6,64 euro per landelijk vastgestelde WOZ-eenheid van 2268 euro. Het eigenaarsdeel van het tarief bedraagt 3,67 euro, het gebruikersdeel 2,97 euro.

Volgens deze tarieven betaalt een huiseigenaar dit jaar gemiddeld 730 euro aan OZB. Gaat daar echter het gebruikersdeel van af, dan komt dat bedrag 326 euro lager te liggen.

In steden met een hoog bewonersdeel kan het voordeel nog hoger uitpakken. Zo wint een huizenbezitter in Arnhem volgens het rekenmodel 513 euro per jaar. Het voordeel in Amsterdam is beperkter (190 euro), omdat het eigenaarsdeel in de hoofdstad slechts 1,73 euro bedraagt.

Of huiseigenaren het voordeel geheel kunnen incasseren valt te betwijfelen. In het regeerakkoord staat dat het kabinet in overleg met de gemeenten de stijging van het eigenaarsdeel wil maximaliseren, wat op een zo sterk mogelijke toename zal neerkomen.