DEN HAAG - De afspraken over medezeggenschap van gepensioneerden in pensioenfondsen zijn representatief, zo stellen de vakbonden en de werkgevers unaniem. Zij tillen niet al te zwaar aan de ruzie binnen de ouderenbonden (CSO). Daarvoor is de recalcitrante NVOG, die uit het overleg was gestapt, met 82.000 gepensioneerden te klein, zo vinden de sociale partners.

Met meer dan een half miljoen ouderen heeft het akkoord daarom nog altijd een breed draagvlak, benadrukte werkgeversvoorman J. Schraven vrijdag. De gemaakte afspraken hebben betrekking op ruim ,3 miljoen gepensioneerden, zo onderstreepte K. Roozemond namens de vakbeweging bij de ondertekening van het convenant. Het CSO vertegenwoordigt 650.000 ouderen.

De NVOG uitte na de plechtigheid in het SER-gebouw nogmaals haar ongenoegen over het akkoord. Het convenant, dat ouderen in pensioenfondsen meer macht moet geven, gaat volgens haar niet ver genoeg. Zij had liever harde afspraken gemaakt over wetgeving. Maar daar voelden de werkgevers en vakbonden niets voor.

"De NVOG heeft de werkelijkheid uit het oog verloren", is de stellige overtuiging van CSO-voorzitter A. Sturkenboom. Hij erkent volmondig dat het CSO niet alle wensen heeft kunnen vervullen. Maar dat is onderhandelingstactiek. "Kitty Roozemond en Jacques Schraven hebben ook een achterban. Dat moeten de gepensioneerden niet vergeten."

De NVOG heeft zichzelf buiten gesloten, concludeerde de CSO-man. Hoewel de ouderenbonden, evenals de sociale partners het opstappen van de gepensioneerdenvereniging betreurden, wilden zij hoe dan ook verder gaan met afspraken over medezeggenschap van ouderen in pensioenfondsen.

In het convenant is afgesproken dat straks in minstens 65 procent van de pensioenfondsen gepensioneerden meer te vertellen krijgen. Dat kan via een zetel in het bestuur van het fonds, of via een deelnemersraad. Bovendien moet de invloed van ouderen inhoudelijk verbeteren. Het aantal pensioenfondsen met deelnemersraden zegt immers niets over de macht van gepensioneerden binnen die raad, noch over de invloed van die raad en evenmin over de kwaliteit van de medezeggenschap.

Deze afspraken waren voor Schraven aanleiding "een feestje te vieren." Dwingende en starre verplichtingen via wetgeving waren immers voorkomen. Dat schept ruimte voor maatwerk. "Een bedrijfstakfonds is ander dan een ondernemingsfonds en een rijp fonds anders dan een jong fonds."

De sociale partners en het CSO hebben echter een stok achter de deur. Mocht van hun afspraken in de praktijk niets terechtkomen, dan zullen ze de regering vragen de medezeggenschap van gepensioneerden in de wet vast te leggen. Zij gaan in juli 2005 kijken wat de afspraken precies hebben opgeleverd. In 2007 maken ze de eindbalans op.

Ouderen eisen al langer dat ze meer voor het zeggen krijgen. De laatste tijd hebben ze hun wensen nadrukkelijker onder de aandacht gebracht omdat tal van pensioenfondsen hun financiële buffers hebben zien slinken door de forse koersdalingen op de effectenbeurzen de afgelopen drie jaar. Daardoor hebben sommige fondsen de uitkeringen aan gepensioneerden niet meer volledig aangepast aan de prijsstijgingen.

Het vrijdag ondertekende convenant is een vervolg op het eerste dat in 1998 van kracht werd. "Dat heeft medezeggenschap op de agenda gezet, al is bij de uitwerking niet voor alles een dikke voldoende gescoord," aldus Schraven. Het nieuwe convenant moet in zijn ogen daarom een doorstart van het oude worden.