ROTTERDAM - De sterke verhoging van de pensioenpremies kost de komende drie jaar 80.000 arbeidsplaatsen. Dat heeft onderdirecteur C. van Ewijk van het Centraal Planbureau (CPB) geschreven in het economenblad ESB, dat donderdag uitkomt.

De pensioenpremies leiden tot hogere loonkosten en tasten de koopkracht van consumenten aan. "De effecten zijn zeer fors", oordeelt Van Ewijk in een berekening van de gevolgen tot en met . "Het werkgelegenheidsverlies van 1,8 procent komt neer op niet minder dan 80.000 arbeidsplaatsen in mensjaren."

De hogere pensioenpremies zijn een gevolg van de koersdalingen op de aandelenbeurzen. Met de extra inkomsten herstellen de pensioenfondsen van hun koersverliezen. De fondsen zijn de laatste jaren flink in aandelen gaan beleggen. Ze verhoogden het percentage aandelen in de beleggingsportefeuille van 10 procent in 1990 tot 40 procent op dit moment.

Op korte termijn kan de overheid de gevolgen van de hogere pensioenpremies verminderen door lagere belastingen, stelt de CPB-deskundige. Als de economie weer is hersteld, zouden de premies weer omlaag kunnen en de belastingen omhoog.

Voor de langere termijn vindt Van Ewijk dat fondsen terughoudend moeten beleggen, vooral met betrekking tot de aandelenrisico's. Anders blijven ze de economie verstoren met hun premieverhogingen juist op momenten dat de werknemers dat niet kunnen verdragen. Hier ligt volgens Van Ewijk een taak voor de overheid en de toezichthoudende Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK).