Eerste speelfilm van een vrouwelijke regisseur uit Saoedi-Arabië is een innemende roep om vrijheid.

Weinig onderwerpen werden de afgelopen jaren zo bediscussieerd als de situatie van vrouwen in Islamitische landen.

Haifaa Al Mansour, opgegroeid in een land zonder bioscopen, doet dat in Wadjda zonder karikaturen te maken van de mannen of de religie. Aan de hand van het verhaal van een klein meisje: Wadjda Al Affan.

Kleine kordate Wadjda (mooie rol van Waad Mohammed) is tien en woont in Rihad met haar moeder (Reem Abdullah). Wat ze het allerliefste zou willen is een fiets, zodat ze kan racen met haar beste vriend Abdullah. Alleen: zo'n ding kost wel 800 riyal en meisjes horen niet te fietsen in het Islamitische Saoedi-Arabië.

Armbandjes

Wadjda heeft 87 riyal bij elkaar gespaard met de verkoop van zelfgemaakte armbandjes. Dat is - net zoals fietsen, cassettebandjes met liefdesliedjes, gelakte teennagels en spelen op de binnenplaats wanneer de mannen je kunnen zien - eigenlijk ten strengste verboden op de religieuze school waarop zij zit.

Bekijk trailer:

Maar Wadjda is koppig. Wanneer ze van de directrice, mevrouw Hussa (Ahd), hoort dat je aan het einde van het jaar 1000 riyal kunt verdienen als je als beste van de school uit de Koran kunt reciteren, begint ze opeens heel hard te studeren op haar tajweed. Wadjda moet en zal die fiets hebben, Inshallah!

Eigen logica

Al Mansour laat in geestige Wadjda zien dat verstikkende religieuze tradities niet altijd van bovenaf worden opgelegd. In de film zie je vooral veel onderlinge controle en geroddel. Heb je het al gehoord van Abeer en die jongen? Ken je het verhaal van de knappe 'dief' die bij mevrouw Hussa over de muur klom?

Bovendien heeft het leven zijn eigen logica. Wadjda draagt gympen met paarse veters onder haar traditionele kleding. Haar vader speelt computergames. Haar moeder mag zelf niet autorijden, maar maakt wel ruzie met haar bazige mannelijke chauffeur. De fietsenmaker houdt glimlachend een fiets in reserve voor Wadjda.

Sura Al Baqarah

De relatie tussen Wadjda en haar mooie moeder vormt het hart van de film. Moeder houdt zich aan de traditionele voorschriften en roept wel eens plagend dat ze Wadjda nog eens zal uithuwelijken, maar haar liefde is onvoorwaardelijk. Ondertussen probeert ze Wadjda's vader zover te krijgen eindelijk met haar te trouwen.

En natuurlijk werkt de film toe naar dat ene prachtmoment waarop Wadjda, gezeten achter een microfoon en geheel uit haar hoofd, de tweede soera, de Sura Al Baqarah, vers 11 en 12 zingt. De kleine rebel doet het schitterend - maar heeft nog een verrassing in petto. Een lieve triomf, deze film.

In 17 zalen