AMSTERDAM - Internationaal avontuur vol detectives, meester-dieven, beroemde zangeressen, Zuid Franse badplaatsen en één heel fantasierijk jongetje. Van de maker van Minoes.

Nono, het Zigzagkind opende op 26 september het Nederlands Film Festival, maar de Belgische regisseur Vincent Bal, het Israëlische boek waarop de film is gebaseerd, Isabella Rossellini (Blue Velvet), Burghart Klaussner (Das Weisse Band) en de locaties bezorgen dit jeugdavontuur een internationale allure.

Gouden zigzag

Nono (Thomas Simon) is de bijna dertienjarige zoon van inspecteur Jacob Feierberg (Fedja van Huêt). Zijn moeder stierf toen Nono nog een baby was. Vaders assistente Gaby (Jessica Zeylmaker) neemt haar plaats in.

Vader wil dat Momo de beste politie-inspecteur ter wereld wordt. Gaby vult zijn hoofd met fantastische verhalen.

Voor zijn bar mitswa wordt Nono naar oom Sjmoel gestuurd. In de trein vindt hij echter een brief met een geheimzinnige opdracht. Zo ontmoet hij niemand minder dan Felix Glick (Klaussner), de in heel Europa gezochte topcrimineel die altijd een juweel met een gouden zigzag achterlaat op de plaats delict.

Glick en Nono zetten de trein stil, vluchten per auto door Europa (of is het eigenlijk een ontvoering?) en belanden uiteindelijk aan de Franse Rivièra voor een concert van de wereldberoemde zangeres Lola Ciperola (Rossellini), de onthulling van talloze familiegeheimen en de waarheid over Nono’s moeder.

Juwelenroof

Nono, het Zigzagkind is een fantastisch jeugdavontuur dat ongetwijfeld ook ouders zal meeslepen. Het is een mooi idee: een mysterie en een internationale samenzwering die niet draaien om een juwelenroof of casinokraak, maar om Nono’s volwassenwording.

Nono’s fantasie is zó groot, dat hij moeiteloos kan zien wat zich vroeger heeft afgespeeld. En wanneer daarin te zien valt hoe een in het zwart geklede jonge vrouw een juwelenroof pleegt, over de daken vlucht en uiteindelijk in de boeien te worden geslagen in een chocoladefabriek, dan verblijf je maar wat graag in dat verleden.

Snappy

Bovengenoemde scène doet denken aan de Franse mystery thriller Nuits rouges (1974) van Georges Franju, en dat is vast geen toeval.

De locaties in Nice, Felix Glick en zijn pistooltje met parelmoeren handvat: het is allemaal in de stijl van de glossy internationale misdaadfilms van de jaren zeventig. Prachtig gedaan.

Jammer daarom dat de dialogen en de regie soms nét niet de vaart hebben die bij dat genre horen. ‘Snappy’ moest het zijn. Nono, het Zigzagkind zakt een beetje in halverwege, maar is desondanks zeldzaam vermakelijk en origineel.

56 zalen