Olie, is het een gift van Allah of een vloek? En wat maakt dat Black Gold dan?

De ontdekking van het zwarte goud zette het Midden-Oosten op z’n kop. Olie bleek een bron van welvaart. Olie veroorzaakte ook oorlogen.

Niets bleef daarna nog hetzelfde. Logisch, dat de Tunesische producent Tarak Ben Ammar dertig jaar lang probeerde een film van de grond te krijgen over dit keerpunt in de geschiedenis.

Gouden Gordel

Neseb, Emir van Hobeika en meester van de zuidelijke stammen (Antonio Banderas) vertegenwoordigt de ene kant van het verhaal. Hij wil moderniseren. Wanneer Texan Oil begint te boren in het woestijngebied dat de Gouden Gordel wordt genoemd, gebruikt Neseb de winst om scholen te bouwen en zijn volk elektriciteit te schenken.


Amar, Sultan van Salmaah (Mark Strong), en zijn religieuze adviseurs zien niets in al die uitvindingen van westerse ongelovigen. Bovendien, aan het einde van hun vorige oorlog hebben Neseb en Amar afgesproken dat niemand aan de Gouden Gordel mocht komen. Oliewinning daar is een schending van het vredesakkoord.

Om dat akkoord te bekrachtigen heeft Amar destijds zijn twee zonen afgestaan aan Neseb. Een soort gijzeling, al voelt dat vijftien jaar later al lang niet meer niet zo. Neseb beschouwt de jongens als zijn eigen zonen. Prins Auda (Tahar Rahim), zoon van Amar, zou graag trouwen met Neseb’s dochter Leyla (Freida Pinto).

Oriëntaalse clichés

Auda moet dus partij kiezen tussen zijn twee vaders wanneer er opnieuw een oorlog uitbreekt om de Gouden Gordel. Meest opvallend daaraan is eigenlijk dat de mannen van Texas Oil zich volkomen afzijdig houden. Een zeldzaamheid in de geschiedenis.

De film is gebaseerd op een boek van Hans Ruesch, maar neemt het niet zo nauw met de historische feiten. Het is opmerkelijk een film te zien over het Midden-Oosten in de jaren dertig en daarin helemaal niets te horen over de Turken, de Engelsen of de Fransen.

Los daarvan staat Black Gold helemaal bol van de oriëntaalse clichés. Prinses Leyla ligt een groot deel van haar tijd mooi te zijn in de Harem en kijkt verlangend door de tralies van de Mashrabiya. De adviseurs van Sultan Amar zijn oude conservatieve mannetjes die met rood aangelopen koppen citeren uit de Koran.

Once an Amar…

Strong speelt de onbuigzame, edele vorst die zijn welvaart heeft verkregen dankzij ‘blood and love, never because of money’ – al heeft hij zo te zien wel geld voor mascara. Banderas, de Emir met de Spaanse tongval, doet alsof hij in een parodie op Lawrence of Arabia speelt. Het is moeilijk je lachen in te houden wanneer hij uitroept: ‘Once an Amar, always an Amar!’

Halverwege de film komt Auda aan het hoofd van een leger te staan en onderneemt een strategische tocht door de woestijn. De film wordt een tikje spannender door die scènes over de woestijnoorlog en de immense droogte. Veel helpt het niet: Black Gold blijft een lachwekkend en clichématig fata morgana.

In 12 zalen