Jane Eyre is, ook in de zoveelste nieuwe filmversie, mooi, spookachtig en romantisch - maar echte hartkloppingen blijven achterwege.

Charlotte Brontë schreef Jane Eyre in 1847 en men raakt sindsdien niet uitgekeken op het romantische verhaal.

Al in 1909 verscheen er een eerste filmversie. Joan Fontaine, Susannah York, Charlotte Gainsbourg en vele, vele anderen speelden de rol van de jonge gouvernante die als een blok valt voor Edward Fairfax Rochester.

Die blijvende populariteit zal te maken hebben met het feit dat Jane Eyre méér is dan een kasteelromannetje. Het is ook het verhaal van een, voor haar tijd, geëmancipeerd jonge vrouw én een gothic horrorstory.

Naast de stormachtige gevoelens van Jane, draait het om het griezelige geheim van Thornfield Hall.

Kaarslicht

Jane, een weeskind, groeide op in armoede en onder de tucht van het meisjesinternaat. Een nieuw, gelukkiger leven begint voor haar wanneer ze emplooi vindt bij Mr. Rochester.

Ze geeft de kleine Adèle les, maar raakt vooral in de ban van de indrukwekkende, aantrekkelijke en sombere meester der huizes.

Het is de negentiende eeuw, dus heel lang zit zelfs een kus er niet in, maar het spookt in het hart van de frêle Jane, het spookt in haar hoofd - en misschien spookt het ook wel in Thornfield Hall.

Want wat zijn die griezelige geluiden, ’s nachts, wanneer de wind aan de luiken rukt en zij met een kaars door het duister moet?

Bekijk de trailer

 

In de verfilming van Cary Fukunaga wordt het liefdespaar gespeeld door Mia Wasikowska (Alice in Wonderland) en Michael Fassbender (Inglourious Basterds).

Jamie Bell (binnenkort te zien als Kuifje) en Judi Dench hebben mooie bijrollen. Te genieten valt er verder van de ouderwetse dialogen. ‘Do you think me handsome?’

De cinematografie is schilderachtig. De camera brengt de tuinen rond Thornfield tot leven, koestert Wasikowska’s breekbare gelaat en vangt haar nachtelijke zwerftochten bij kaarslicht in een clair-obscur dat doet denken aan de schilderijen van Georges de la Tour.

Bonkend hart

Maar de kostuums, dialogen en decors mogen dan negentiende-eeuws zijn, de handheld camerabewegingen, de natuurlijke belichting en de lange shots die Jane van op de rug de tuin in volgen zien we nog niet zo lang in de bioscoop. Dat geeft Jane Eyre een heel moderne vibe.

Misschien komt het door die botsing tussen kostuumdrama en moderne filmstijl of misschien ligt het aan het scenario dat iets te veel wil vertellen; maar het grote brok in de keel blijft uit.

Wasikowska is schitterend, maar meer dan een vermoeden van haar bonkend hart krijgen we niet: ‘Your blushing Miss Ayre.’

In 25 zalen