Wie durft het spookhuis in? Insidious staat garant voor hartkloppingen, zenuwachtig gegiechel en gegil.

Josh en Renai Lambert (Patrick Wilson en Rose Byrne) zijn met hun kinderen in een prachtige nieuwe woning getrokken. Op paranormale onrust hadden ze niet gerekend.

Maar wanneer zoontje Dalton in een mysterieuze coma belandt, blijkt dat er iets helemaal mis is. Akelige stemmen via de babyfoon... Geestverschijningen achter de wieg... Een man met een gezicht van vuur...

Ieder huisje zijn kruisje - of moeten we zeggen: een onvervalste Poltergeist? Regisseur James Wan en scenarist Leigh Whannell steunen op een angstaanjagend lange filmtraditie: The Innocents (1961), The Haunting (’63) The Amityville Horror (‘79), Poltergeist (‘82), The Sixth Sense (‘99), Paranormal Activity (‘07)…

Schemerzone

Maar Insidious heeft een originele twist. Want wat is de simpele vraag die al die vorige films nooit beantwoordden? Deze: als het er zo spookt, waarom verhuizen jullie dan niet gewoon? Verhuizen is precies wat de Lamberts doen. Het helpt ze alleen geen zier. Niet het huis is bezeten, maar die arme Dalton!

Er zal een spiritiste aan te pas moeten komen (actrice Lin Shaye in een krankjorume séance-scène). Zij vertelt de Lamberts over astrale projectie, maar overleeft ternauwernood het contact met gene zijde. Uiteindelijk zal vader Josh zich zelf moeten wagen in de schemerzone waarin Dalton is verdwaald.

Bekijk de trailer

Insidious betekent ‘verraderlijk’ en dat slaat niet alleen op de entiteit die het op Dalton voorzien heeft, maar ook op de filmmakers. De griezeleffecten zijn klassiek – een tikkende klok, een krakende deur, een alarm dat opeens afgaat – maar niets zou werken, als Wan en Whannell ons niet af en toe volkomen wisten te overvallen.

Dat Wan en Whannell dat kunnen, bewezen ze al met hun debuut Saw (2003). Andere regisseurs maakten er later een nare martelhorrorsaga van, maar de eerste Saw bestond vooral uit suggestie en psychologische horror. Na een paar mindere films, tonen Wan en Whannell dat ze die elementen nog steeds beheersen.

Poppen

Wie die mindere films kent (Dead Silence, bijvoorbeeld, over een kwaadaardige buikspreekster), zal hun obsessie met enge poppen herkennen. Dat de makers zo’n duidelijk signatuur hebben is charmant, al overdrijven ze het wel in de tweede helft van Insidious, met lukrake griezeltoestanden zonder veel onderlinge logica.

Maar laat u daardoor niet in de luren leggen. Ook de humor (Whannell speelt zelf een van de grappige assistenten van spiritiste) en de fraai nostalgische filmstijl zijn verraderlijk. Insidious zal u een paar keer flink uit de bioscoopstoel doen schieten. ‘Wie is daar?’

In 32 zalen