Zelf omschrijft hij het als een 'psychedelisch melodrama'. De nieuwe film van enfant terrible Gaspard Noé zal voor- en tegenstanders opnieuw hevig verdelen.

De films van de Argentijns-Franse regisseur laten zich moeilijk van het netvlies branden.

Seul Contre Tous (1998) ging over een mensenhatende paardenslager die in Parijs op zoek ging naar zijn mentaal gehandicapte dochter. In Irréversible (2002) onderwierp de regisseur Monica Bellucci en zijn publiek aan een afschuwelijke en langgerekte verkrachtingsscène.

Bij de kassa van het Filmmuseum werd destijds gewaarschuwd voor 'de scène' in Irréversible. Journalisten liepen weg uit de persvoorstelling. Maar hoe controversieel ook, het waren meesterwerken.

Noé regisseert met een sloophamer in de hand en - zelfs al deelt u zijn gitzwarte visie op mens, geweld en seks niet - zijn films zijn met volle overtuiging uitgedeelde knock-outs.

Aanval

Enter the Void bevestigt zijn status als uniek en controversieel filmmaker. De film is één lange psychedelische trip; een 155 minuten durende aanval op ogen en oren. Alleen al de openingssequentie, waarin Noé zijn film afvuurt met grote koeienletters en stroboscopisch licht, is epilepsielijders sterk af te raden.

Rust gunt Noé de kijker niet. Enter the Void draait om Oscar (Nathaniel Brown), een jonge Amerikaanse drugsverslaafde in Tokyo. Buiten baadt de Japanse stad in neonlicht. Op zijn kamer ligt Oscar te trippen. We beleven de drugshallucinatie mee door zijn ogen. Een fascinerende wereld van kleuren en vormen. Helder en duister tegelijk.

Die duisternis krijgt de overhand in nachtclub 'Enter the Void'. Wanneer de politie er een inval doet wordt Oscar geraakt door een politiekogel en crepeert in een smerig toilet. Maar dan gebeurt er iets wonderlijks: zijn ziel leeft voort en stijgt op uit zijn lichaam.

En zo zweven we, alsof wij vanuit de ziel van Oscar naar beneden kunnen kijken, door de straten van Tokyo. De camera vliegt, valt, stijgt en tolt door de nacht. Tot er geen boven of onder meer is. Geen heden of verleden. Alleen nog de neonreclames, seksshows, drugs en stampende muziek.

Spierballenvertoon

Het is een unieke visuele ervaring. Noé regisseert krankzinnige camerabewegingen en tovert Tokyo om tot een immense lichtstad. Er is geen compromis mogelijk: dit is een lang bombardement van schreeuwerige, gewelddadige en vaak expliciete seksueel beelden, eindigend in een Love Hotel - het Japanse equivalent van een bordeel. Daaraan lever je je gefascineerd over, of je haakt hondsmoe af.

Het grootste bezwaar tegen dit visuele spierballenvertoon is dat Noé eigenlijk niet veel bijzonders te vertellen heeft. Was de klap in je smoel die Irréversible uitdeelde nog inhoudelijk gemotiveerd (de film zet je stevig aan het denken over gewenste en ongewenste intimiteit); het idee achter Enter the Void is flinterdun. Noé koketteert wat met reïncarnatie en het Tibetaanse Dodenboek.

Tussen het hallucineren en cameratollen door, wordt in flashbacks verteld dat Oscar een zus heeft. Linda (Paz de la Huerta) werkt als stripper in een Japanse nachtclub. Hun liefde, hun verleden en een gedane belofte zijn de reden waarom Oscars' ziel zo rusteloos rondzweeft. Tot, opnieuw, die scène in dat Love Hotel.

Het is, voor Noé's doen, een verbazingwekkend klef verhaaltje. Wat ondertussen Oscars relatie met een oudere vrouw, zijn kunstenaarsvriend Alex, Linda's relatie met de Japanse stripteasebarhouder of een - plastisch in beeld gebrachte - abortus ermee van doen hebben? Meer dan eens lijkt het alsof Noé provoceert, omwille van de provocatie.

Chaos

Na de officiële première op het filmfestival in Cannes 2009 sleutelde Noé nog maanden aan zijn film. Het resultaat is - op z'n best - chaotisch, te lang en desondanks fascinerend. Ondergetekende houdt het op een teleurstellend lege imitatie van eerdere eigen meesterwerken.

In 10 zalen

Bekijk de Trailer: