Documentaire waarin Michael Moore de oorzaken van de economische crisis opzoekt, een daarbij humor noch sentiment schuwt.

Ook nu Bush het Witte Huis heeft verlaten blijft Michael Moore kritische documentaires maken over de stand van zaken in de VS en de rest van de wereld.

Na Bowling for Columbine (2002, wapenbezit), Fahrenheit 9/11 (2004, de oorlog in Irak) en Sicko (2007, de gezondheidszorg) richt Moore zijn camera en pijlen nu op bankiers en andere kapitalisten.

Actueel

Moore was al een paar maanden bezig met zijn documentaire toen de economische crisis in volle hevigheid uitbrak, in september 2008.

Als documentairemaker mag je in je handen knijpen wanneer je onderwerp ineens voorpaginanieuws wordt. Aan de andere kant neemt de actuele waarde af wanneer het resultaat pas een jaar later gepresenteerd kan worden.

Obama

Dat wreekt zich bij Capitalism vooral in de scènes die gaan over de presidentsverkiezingen van vorig jaar, met name de pogingen van de Republikeinen om met behulp van Joe the Plumber (wie kent hem nog) presidentskandidaat Obama af te schilderen als socialist. Maar Obama is intussen alweer een jaar president, en Joe the Plumber is vergeten.

Moore is stukken beter op dreef wanneer hij Wall Street met geel politielint afzet, omdat het hier een ‘crime scene’ betreft. De banken hebben immers het geld van de Amerikaanse burgers afgepakt.

Moore is hier weer de vrolijke populist die de zaak graag simplificeert, maar daar heeft het Amerikaanse volk nog altijd meer aan dan aan bankiers die allerlei ingewikkelde en schimmige financiële constructies bedenken.

Onderbetaalde piloten

Ontluisterend zijn reportages waarin hij aantoont dat sommige bedrijven dankzij levensverzekeringspolissen aan de dood van werknemers meer verdienen dan de nabestaanden krijgen uitbetaald.

 

En het is ook geen geruststellende gedachte dat veel Amerikaanse piloten onderbetaald en daardoor oververmoeid zijn vanwege hun broodnodige bijbaantjes.

Vals sentiment

Minder geslaagd zijn de scènes waarin Moore het valse sentiment opzoekt, door bijvoorbeeld met zijn vader op terrein van het failliete GM rond te lopen.

Moore is op zijn best wanneer hij boos of grappig is. Die momenten zijn er voldoende in Capitalism, a Love Story, maar de film is toch teveel door de actualiteit ingehaald om echt urgent te zijn.