Jim Carrey vliegt weer eens ouderwets de bocht uit als een man die belooft overal ‘ja’ op te zeggen. Geestig, maar weinig origineel.

De carrière van Jim Carrey was de laatste jaren in het slop geraakt. De laatste echt grote hit van Carrey-de-komiek was Bruce Allmighty (2003). En Carrey-de-serieuze-acteur mocht dan met prachtrollen in films als Eternal Sunshine of the Spotless Mind veel lof oogsten, volle zalen of Oscars leverde het niet op. Dus grijpt Carrey met Yes Man terug op de beproefde formule waarmee hij bekend werd: vette grappen rond een dun verhaaltje.

Bungeejump

In The Mask (1994) speelde Carrey een introverte gewone man die dankzij een masker extreem extravert wordt; in Liar Liar (1997) een sluwe advocaat die door een betovering niet meer kan liegen. Yes Man combineert die twee succesingrediënten. Carrey speelt opnieuw een introverte gewone man, Carl Allen, die zich door een zelfhulptherapie genoodzaakt ziet op elke uitdaging ‘ja’ te zeggen - of dat nu een simpel avondje doorzakken met vrienden is of een bungeejump.

Halsbrekende toeren

Dit gegeven is een kapstok voor een serie leuke en minder leuke slapstickscènes waarin Carrey halsbrekende toeren uithaalt (bergafwaarts als levende rollerskate) of zich anderszins compleet voor gek zet (in een veel te klein Harry Potter-kostuum). Ook levert het ‘ja’ zeggen Carl voor het eerst sinds tijden een amoreus contact op, wanneer de impulsieve Allison (Zooey Deschanel) voor hem valt.

Ouderwets

Yes Man is een ouderwetse Carrey-film, wat zowel positief als negatief bedoeld is: fans van Carrey-de-komiek zullen ervan smullen, maar aan de andere kant had de film ook net zo goed tien jaar terug gemaakt kunnen zijn, als vervolg op Liar, Liar. De Carrey-fans in de VS waren er in elk geval dol op: daar had Carrey voor het eerst in jaren weer eens een nummer-1 hit.

In 89 zalen.

Drie sterren