Waalse horrorthriller over een meubelverkoper die na een moordpoging met een gijzelaar zit opgescheept.

Waalse horror begint furore te maken de laatste jaren. Vorig jaar was het vermakelijk griezelen bij Calvaire, waarin een herbergier een charmezanger in gijzeling nam nadat hij in hem zijn overleden vrouw (!) herkende. Ook Ordinary Man combineert absurde elementen met ronduit naargeestige scènes. De film won dan ook op het meest recente Amsterdam Fantastic Film Festival de Silver Scream Award, de publieksprijs.

Meubelverkoper in plaats van kleerkast

Ordinary Man begint met een stelletje dat 's nachts in de auto wat aan het flikflooien is. Kennelijk tot grote frustratie van de auto erachter, die eerst groot licht opzet, vervolgens gaat bumper-kleven en daarna de auto van het stel bruut van de weg probeert te rijden.

Het stelletje neemt daarom maar snel een afslag- altijd een slecht idee in een thriller. Het loopt dan ook verkeerd af, al zien we niet meteen hoe, met wie en wie de dader is. Wie zich liever laat verrassen moet de rest van deze alinea maar even overslaan.

Kort daarna wordt de vrouw (Christine Grulois) van het stel wakker in een kast in een chalet. Ze weet te ontsnappen maar haar vrijheid is van korte duur wanneer haar belager van de avond ervoor haar weer te pakken krijgt. Het blijkt geen bruut van kleerkastformaat, doch een nerveuze meubelverkoper met een dun snorretje (Carlo Ferrante). Hij valt ook meteen flauw bij een poging haar letterlijk tot zwijgen te brengen met een amateur-operatie op haar stembanden. Deze wordt met gitzwarte humor in beeld gebracht, waarbij alle bloederige details aan de verbeelding worden overgelaten.

De meubelman heeft ook niet het lef om haar te vermoorden, net als haar man, die hij inmiddels heeft begraven. Hij ziet maar één alternatief: zijn gijzelaar in de kofferbak laten logeren en het haar zo gerieflijk mogelijk maken, gezien de omstandigheden.

Stockholm Syndroom

Dit absurde uitgangspunt is aanvankelijk op een morbide manier amusant, maar begint behoorlijk te wringen naarmate er meer tijd verstrijkt én de vrouw steeds meer uit vrije wil plaatsneemt in haar ongerieflijke logeerplaats. Moeten we dit verklaren uit het feit dat ze kennelijk al op dominante mannen viel, of uit het Stockholm Syndroom, waarbij gijzelaars na lange tijd sympathie krijgen voor de mensen die hen gevangen houden?

De film weet het niet duidelijk te maken, waarmee de bodem onder de absurditeit wordt weggeslagen. Zonde, want eerder toonde Lannoo zijn talent voor scènes die grappig of gruwelijk zijn- en soms zelfs tegelijk.

Het Parool: "de Belgische pendant van het Amerikaanse Fargo (..) een film vol absurde en cartooneske elementen"
De Volkskrant: "blijft in irritante oppervlakkigheid steken"
In 3 zalen