Nieuwe Pixar-animatiefilm is wederom een voltreffer. Racewagen leert lager tempo waarderen in ingeslapen stadje.

Bekijk video: Modem/ Breedband

In de zevende film van de Pixar studio's, makers van onder meer Toy Story 1 & 2, Finding Nemo en The Incredibles, spelen auto's de hoofdrol. Dat lijkt op het eerste gezicht een stap terug: in The Incredibles bewezen de Pixar-geniën immers dat ze er zelfs niet voor terugdeinsden levensechte mensen uit de computer te halen.

Dus waarom terugvallen op objecten met alleen ogen en nauwelijks beweegbare ledematen, zoals de vissen in Finding Nemo? Omdat juist in de beperking de uitdaging zit. Gewone mensen hoef je niet uit de computer te halen -daarom bestond het gezin uit The Incredibles ook uit supermensen- maar pratende auto's is een stuk lastiger. Maar goed, als het met vissen lukte, waarom dan niet met auto's?

Van Nascar naar Radiator Springs

Het duurt echter even voor de kijker zich in de hoofdpersoon uit Cars kan inleven. Racewagen Lightning McQueen (stem van Owen Wilson en Hans Somers in de Nederlandse versie) is een arrogante opschepper en geen teamplayer. We leren deze rode blaaskaak ook nog kennen tijdens de Nascar-races, in de VS een fenomeen dat de Formule 1 overtreft, hier stukken minder bekend.

De opgefokte ambiance zorgt ervoor dat Cars al even opgefokt uit de startblokken komt, alsof regisseur Lasseter koste wat koste aansluiting wil vinden bij de jongere kijkers. Pas na de race neemt hij gas terug, met een aardige nachtelijke scène waarin McQueen al weer divagedrag vertoont: hij staat erop dat de truck die hem vervoert de hele nacht doorrijdt.

Dat komt hem duur te staan, want wanneer de truck in het saaie woestijn landschap in slaap sukkelt raakt hij zijn lading kwijt. McQueen ontwaakt midden in de woestijn, midden in de nacht- en dan heb je niets aan de opgeplakte nep-koplampen van Nascar-wagens.

McQueen belandt in het slaperige dorpje Radiator Springs, aan de Route 66, ooit de drukste snelweg van Amerika. Nu wordt het bevolkt door automobielen van allerlei pluimage: een VW-busje dat in de jaren zestig is blijven hangen, een vrolijke doch naïeve sleepwagen, en twee overijverige Italiaanse garagehouders die hopen dat er ooit een Ferrari hun nederige garage zal binnenrijden. Deze zeer verschillende auto's hebben één ding gemeen: ze hebben tijd genoeg en rijden daarom niet hard.

McQueen heeft echter zoveel haast weg te komen dat hij de weg aan gort rijdt en wordt veroordeeld tot dwangarbeid in de vorm van wegwerkzaamheden. Dat betekent nóg langer vastzitten in het suffe plaatsje, maar uiteraard leert de snelheidsduivel het lagere tempo langzaamaan waarderen.

Hippie-sikkie

Pixar heeft als leidende computeranimatiestudio een status te verspelen en de concurrenten (Shrek, Ice Age) zagen al geducht aan de poten van de Pixar-troon. Cars werd in de VS met enige teleurstelling ontvangen: de film zou te voorspelbaar zijn, te weinig grappen hebben en een te vette moraal.

Om met dat laatste te beginnen: Amerikaanse tekenfilms zijn altijd moralistisch omdat ze voor het hele gezin zijn bedoeld, maar de moraal wordt er meestal met enige humor ingepeperd, zo ook hier. Want grappen zitten er genoeg in -al zitten de beste grappen in de aftiteling, blijven zitten dus- maar vaak heel subtiel.

Zo is de VW-hippe de enige auto met een kentekenplaat, wat hem een heus hippie-sikkie geeft. En het fraaie woestijnlandschap bestaat uit rotsen die gemodelleerd zijn naar auto-onderdelen van fifties oldtimers, net als de rotsen. De kevertjes in dit hete landschap zijn ook geen insecten, maar kleine VW-kevertjes.

Cars wisselt dergelijke fraai verbeelde subtiliteiten (die wellicht te Amerikaans zijn voor een jong Nederlands publiek) af met slapstick voor het hele gezin. En aan het eind hebben de Pixar-animatoren het weer geflikt: je leeft mee met het lot van het blik dat de film bevolkt. En dat is toch een grotere prestatie dan wanneer je pluizige dieren als hoofdpersonen hebt, zoals enkele maanden geleden in The Wild, of over een paar weken in Over the Hedge.

Het Parool: "een combinatie van een sprankelende vormgeving en een sentimentele inhoud"
De Volkskrant: "Cars zit ongekend slim in elkaar. De film biedt voor elk publiek vertier"
In 106 zalen (originele versie) + 108 zalen (Nederlandse versie)