Folkloristische film over een Friese paalzitter. Met Jochum ten Haaf, Ricky Koole en Bastiaan Ragas.

Over de Nederlandse films die de afgelopen weken zijn uitgegaan viel een hoop aan te merken, maar gevarieerd waren ze wel. Ik Omhels je Met Duizend Armen was een boekverfilming voor een jong publiek; Het Woeden der Gehele Wereld een boekverfilming voor een publiek dat sinds de jaren tachtig niet meer bestaat. Het Zwijgen was een originele, zij het niet geheel gelukt, kunstzinnige thriller; Bolletjes Blues een rauwe rap-film voor de TMF-generatie, gesitueerd in hedendaags Amsterdam Zuidoost.

Over twee weken schetst Langer Licht een beeld van Amsterdam-Noord, waarmee de stedelijke omgeving goed is gecoverd. Het enige wat nog ontbreekt -naast een familiefilm gebaseerd op een populair kinderboek dan wel tv-serie uit de jaren zeventig- is een plattelandsfilm vol wuivend gras en struise boerendochters die tegen de wind in fietsen. Een volwassen soort Kameleon-film dus, zoals Sportman van de Eeuw.

Uitslover

De titel is ontleend aan een stelletje notabelen en bobo's dat aan het begin van de film een keuze moet maken voor, inderdaad, de Sportman van de eeuw. Een overbodige inleiding voor een raamvertelling over Taeke Jongsma, een Friese boerenknecht die op school zijn best niet doet, maar al op jonge leeftijd zijn ware roeping ontdekt: paalzitten. En dan niet een paar uur of dagen, nee: maanden. Zijn vriendinnetje Tjistke vindt hem een uitslover, maar ondertussen blijft ze hem wel steunen. De avances van de rijkeluiszoon Rintje slaat ze herhaaldelijk af.

Maar wanneer Tjiitske 25 is (en wordt gespeeld door Ricky Koole, altijd op haar plaats in een oer-Hollands landschap) doet ze een dringend beroep op Taeke (Jochum ten Haaf), die net midden in een recordpoging zit. Moet hij voor haar kiezen, en daarmee meer dan 200 dagen paalzitten wegsmijten, of moet hij volhouden "voor de onderdrukte arbeiders", met het risico dat hij haar kwijtraakt aan de valse Rintje (Bastiaan Ragas)?

Ronald Koeman-grijns

Sportman van de Eeuw is een sympathieke regiedebuut van Mischa Alexander, bijna tien jaar verantwoordelijk voor het script van de sportfilm All Stars. De film heeft alles in zich om een prima exportproduct te worden, want Hollandser kan het bijna niet: de film opent met luchtopnames van water en dijkwerken, alsof we naar een Bert Haanstra-film uit de jaren 50 kijken. Dergelijke folkloristische clichés zijn voor de Hollandse kijker beter te verteren als het om een -pakweg- Baskisch balspel zou gaan.

Met zijn schaapachtige Ronald Koeman-grijns zet Ten Haaf een simpele doch ook al sympathieke sportman neer. Minder overtuigend is zijn flirt met communisten en anarchisten, temeer daar deze niet in de roerige jaren dertig, maar ná de Tweede Wereldoorlog plaatsvindt. Het leidt zelfs tot een knullige bankoverval, wat (zie Wilde Mossels en Shouf Shouf Habibi) ook alweer erg Hollands is. De aankleding en het tijdsbeeld kloppen goed, al werken ook deze een zekere kneuterigheid in de hand. Maar dat past bij het onderwerp, net als het trage tempo. Of had u soms een rappende bolletjesslikker op de paal willen zien zitten? (dat doen ze niet: worden ze meteen als homo gedist)

Het Parool: "alle bestaande clichés over Friesland in een kakelbont koekblik (..) een Kameleon-film voor hooguit twaalfjarigen met een ernstige ontwikkelingsachterstand"
De Volkskrant: "balanceert op de grens van oubolligheid en ouderwets vakmanschap"
In 29 zalen