Volkomen mislukte boekverfilming leidt tot lachwekkend oorlogsdrama.

Producent Rob Houwer vormde in de jaren zeventig een gouden duo met regisseur Paul Verhoeven. Samen maakte ze ongekende kaskrakers als Wat Zien ik?, Turks Fruit, Keetje Tippel en Soldaat van Oranje. Films die stuk voor stuk miljoenen bezoekers trokken. Dergelijke bezoekcijfers en de glorietijden van Houwer zijn allang voorbij. Dat laatste weet de enkeling die De Zeemeerman of De Gulle Minnaar zag, twee van de prutswerken die in de jaren negentig door Houwer werden geproduceerd.

Wie hoopte dat de bejaarde (68) miljonair Houwer er daarna eindelijk het bijltje bij neer zou leggen heeft het mis. Met een inzet een betere zaak waardig (hij deelde zelfs boeken uit op de persvoorstellingen) presenteert hij deze week Het Woeden der Gehele Wereld, naar het boek van Maarten 't Hart. Houwer wist zowaar premier Balkenende te strikken voor de première, want relaties heeft hij nog genoeg.

Vochtige vluchtelingen

Had de premier wellicht ook eens een leuke avond, want zelden viel er zo veel te lachen om een Nederlands oorlogsdrama, hoewel dat niet de bedoeling is. Het Woeden begint anno 1940 in Rotterdam, waar rijke Joden proberen weg te komen op de boot van een foute schipper (Cees Geel). Een vergelijkbare scène zit in Zwartboek, de nieuwe oorlogsfilm van Houwers oude maatje Paul Verhoeven. Een proefmontage van deze scène zag er overigens al stukken beter uit dan Houwers eindmontage, die eveneens eindigt in een mislukte vluchtpoging.

Een apotheker neemt de Joodse vluchtelingen onder zijn hoede, en midden in de nacht sluipen ze, koud en nat, de apotheek binnen. De apothekersvrouw (Miryanna van Reeden) komt gealarmeerd naar beneden en stelt bij het zien van de vochtige vluchtelingen aan haar man de volkomen overbodige vraag "is er iets?"

Vanaf dat moment is Woeden niet meer te redden. Schipper Cees Geel ontpopt zich tot een NSB-versie van Bromsnor en duikt in elke scène even op, of hij er nu iets te zoeken heeft of niet. De vrouw van de lorrenman vertelt hem ongevraagd dat haar man 'lui zaad' heeft, alleen omdat dat voor het verdere verhaal van belang is. Dat verdere verhaal speelt in de jaren vijftig doch ademt de sfeer uit van Houwers gloriejaren, de jaren zeventig.

Zo laat de apotheker zich achter de toonbank pijpen door een oversekste assistente, die ook nog de jonge hoofdpersoon Alex Goudveyl (de wezenloos ogende Maarten Heijmans) 'ontknaapt', in een lederen rokje. Voorts vergrijpt Bromsnor Cees Geel zich aan jonge jongetjes en palingen en maakt hij vunzige amateurfilms. Als centraal mysterie speelt de afkomst van de jonge Alex een rol, evenals een vreemde moord, maar wie die twee zaken niet kan oplossen heeft sinds de glorietijden van het hoorspel (ook de jaren '50) geen film meer gezien.

Mongloïde zoontje

Het Woeden is volkomen achterhaald, van de overvolle poster waarmee Houwer bezoekers hoopt te trekken tot de slome regie van Guido Pieters (Op Hoop van Zegen, Ciske de Rat). Het enige compliment dat je zou kunnen bedenken is dat de film goed te verstaan is, want elke dialoog klinkt helder als een radio-uitzending, of hij nu plaatsvindt in een kerk, een schouwburg of op een erf. Heel vreemd. En er valt onbedoeld onbedaarlijk om te lachen, zoals om de twee morsige rechercheurs Joost Prinsen en Frank Lammers, waarbij de laatste voortdurend zijn mongloïde zoontje meesleept. En de film eindigt met een musicalversie (!) van de wederwaardigheden van de Joodse bootvluchtelingen.

Het Woeden moet je eigenlijk zien om te geloven hoe gênant slecht hij is, maar dat is zeker niet als aansporing bedoeld. Want eigenlijk is het een grof schandaal dat er zoveel talent en vooral geld (3,2 miljoen euro, waaronder Filmfondsgeld, dankzij de goede contacten van Houwer) wordt verspild aan de achterhaalde hobby van een relikwie uit de jaren zeventig. De notabelen kunnen op de première ook niet onder de indruk zijn geweest, dus als er binnenkort op het filmfonds wordt bezuinigd moeten filmmakers maar aankloppen bij de villa van Houwer.

Het Parool: "mislukte rentree Houwer (..) traag tempo en overdramatische dialogen (..) volstrekt overbodige, quasipikante seksscènes"
De Volkskrant: "wekt de indruk dat de tijd twintig jaar heeft stilgestaan (..) een lange looiige film (..) een echo uit een voltooid verleden tijd"
In 40 zalen