Groots opgezette maar teleurstellende filmversie van de sprookjeswereld van C.S. Lewis.

Bekijk trailer: Modem/ Breedband

Toen de vierde Harry Potterfilm uitging beweerde ik op deze plek dat Potter sinds de afronding van The Lord of the Rings tijdens de feestdagen het rijk alleen had in het genre van grootscheepse boekverfilmingen. Verschillende lezers wezen me erop dat The Chronicles of Narnia in aantocht was, dat immers ook tot het genre van grootscheepse boekverfilmingen gerekend mocht worden. Daar hadden ze gelijk in, maar dat neemt niet weg dat Potter weinig concurrentie te dulden heeft van Narnia, om nog maar te zwijgen van een zekere grote gorilla. Want hoe grootscheeps The Chronicles of Narnia dan ook mag zijn, het resultaat stelt flink teleur.

Satyrs en centaurs

Terwijl er weinig leek mis te kunnen gaan. De boeken van C.S. Lewis -een tijdgenoot en vriend van J.R.R. Tolkien- zijn vooral in Groot-Brittanië populair, en doen oppervlakkig gezien denken aan een kruising tussen Lord of the Rings en Harry Potter. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wijken vier kinderen uit Londen vanwege de Duitse bombardementen uit naar een kasteel. Daar blijkt een mysterieuze kast te staan die toegang geeft tot het land Narnia, bevolkt door satyrs, centaurs en sprekende bevers. In Narnia heerst een streng winterregime, want een ijsheks (een overtuigende Tilda Swinton) heeft de eeuwige winter afgeroepen en kerst afgeschaft.

De bibberende bewoners van Narnia zien in de komst van de vier kinderen hun verlossers, en tegen wil en dank worden de vier Britse blagen ingezet in de strijd tegen de ijsheks. Ze worden bijgestaan door de leeuw uit de titel, de goedmoedige Aslan. Het dier blijkt Messiaanse trekjes te hebben, wat niet toevallig is gezien de religieuze achtergrond van Lewis. Vandaar ook dat de vier jonge helden ingezet worden bij een soort heilige oorlog tegen de goddeloze volgers van de heks- een soort kruistocht in spijkerbroek.

Abba

De religieuze ondertoon is niet hinderlijk, maar geeft wel aan dat de verhalen aan de belegen kant zijn. Het is allemaal te braaf voor 2005, ook de kinderen. Begrijpelijk natuurlijk: in de jaren veertig waren kinderen veel gehoorzamer dan nu, maar het maakt de film aan de saaie kant. Zelfs een kinderlokkende satyr en een kerstman die wapens in plaats van kado's uitdeelt kunnen de muffe boeken lucht niet verdrijven. Van Andrew Adamson, maker van Shrek 1 en 2, had meer frisse humor verwacht mogen worden.

Ook de vele special effects en vreemde wezens zullen de verwende kijkertjes niet echt kunnen boeien. En dan is uit de Nederlandse versie ook nog de spannendste 2,5 minuut geknipt, om de kleinste kijkertjes niet te laten schrikken. De slepende muziek met kwelende koortjes en bakken violen nekt Narnia definitief en wanneer de vier kinderen aan het eind ineens in tieners veranderen -kennelijk loopt men nu al vooruit op het volgende deel van the Chronicles- denk je in een clip van Abba te zijn beland.

Hoe grootscheeps ook, het lijkt me sterk dat deze Narnia-verfilming de interesse voor de boeken van C.S. Lewis flink zal aanwakkeren, en ik waag het te betwijfelen of er een sequel in zit. Harry Potter heeft komende jaren dus nog steeds het rijk alleen- of ik moet me weer vergissen.

Het Parool: "Geef ons maar Harry Potter en The lord of the rings, waarmee de film verwantschap heeft. Het probleem zit in de loodzware christelijke symboliek."
De Volkskrant: "Niets meer dan knap gemaakte plaatjes"
In 102 zalen (originele versie) plus 68 zalen (NL versie)