Pooier wil rapper worden. Platvloers gegeven wordt onnavolgbaar opgepimpt dankzij geweldig acteerwerk van Terrence Howard.

Wie regelmatig het aanbod van rap- en r&b-clips bekijkt op TMF of MTV wordt daar niet bepaald vrolijk van. Muzikaal is het nog wel divers, maar visueel stapelen de clichés zich op elkaar. Hoe lelijker de rapper, hoe schaars gekleder de danseres ernaast, lijkt het devies: het is billen, borsten én bling-bling. Geld, glitter & glamour worden verheerlijkt, in een hedendaagse variant op de aloude spiegeltjes en kralen. En 'pimpen' is intussen een gangbare term geworden voor alles wat moet worden opgesierd- de pooier-activiteiten waar het oorspronkelijk naar verwijst zijn al vergeten.

Eierdozen

Ook het gegeven van Hustle & Flow lijkt op die wereld aan te sluiten: het verhaal draait om een pooier die rapper wil worden. Op het eerste gezicht is dat een verhaallijn die zo dun is dat je er nauwelijks een videoclip mee kan vullen, maar Craig Brewer pakt het anders aan in zijn rauwe film, waarvoor hij zelf het script schreef. Hij begeeft zich in de arme buurten van Memphis, waar het beroep van pooier geheel van glamour is ontdaan.

En hij gaf de hoofdrol van D-Jay, de pooier met een midlife-crisis aan de geweldige Terrence Howard, die eerder opviel in Crash en ook nu niet te bang is om emoties te tonen. Hij prijst zijn magere 'moerashoertje' Nola (Taryn Manning, die ook indruk maakt) aan vanuit een afgetrapte auto en verdient wat bij met de handel in weed. Wanneer hij door een junk wordt afbetaald met een casio-keyboard borrelt er een muzikale roeping in hem op. En wanneer hij tot tranen geroerd naar een kerkkoor heeft geluisterd weet hij het zeker: hij wordt rapper.

D-Jay vraagt een oude schoolvriend (Anthony Anderson, vooral bekend van stereotiepe rollen in komische misbaksels) die als producer werkt hem te helpen, en die huurt weer een spichtige whizzkid in (DJ Qualls, ook vooral te zien in plattere komedies als Road Trip). Hun geklungel in de armoedige achterkamer-studio -behangen met eierdozen voor de akoestiek- werkt eerst op de lachspieren, maar wanneer er vervolgens een instant-hit wordt gecreëerd is het meeslepend om dit mee te maken.

Blaxploitation

Hustle & Flow is een film die zijn meerwaarde ontleent aan zijn scherpe sfeertekening en zijn sterke acteerwerk. Howard is een macho met emoties, en als kijker leef je mee met de vernedering die hij tegen het eind van de film moet doorstaan. Vanaf de optiteling (met lekker vette gele letters en freeze frames) ademt de film een swingende jaren zeventig blaxploitation-sfeer uit, een de aanwezigheid van Memphis-ikoon Isaac Hayes (Stax! Shaft!) als barman draagt daaraan bij. Vaste MTV/TMF-kijkers hebben wellicht meer interesse in de rol van rapper Chris 'Ludacris' Bridges (ook al naast Howard te zien in Crash): hij speelt een stereotiepe rapper genaamd Skinny Black, die de achterbuurt heeft weten te ontvluchten en nu bijna bezwijkt onder de bling-bling en andere uiterlijkheden. Zal D-Jay zich laten verblinden door dat geglitter? Gaat het zien in Hustle & Flow- en laat u zich niet weerhouden door de poster die eruit ziet als een doorsnee rap-album. Wat trouwens geenszins wil zeggen dat de soundtrack van H&F niet onweerstaanbaar swingt.

Het Parool: "Hustle & Flow is voor alles de film van Terrence Howard, die er glansrijk in slaagt zijn personage onvermoede diepte te geven"
De Volkskrant: "de schets van het zware leven van de pooier is geslaagd, de anderen blijven slechts decoratie"
In 5 zalen