Zoveelste mislukte poging een computergame te verfilmen, dit keer met The Rock in de hoofdrol.

Keer op keer proberen filmmakers de naambekendheid van een videogame uit te buiten door er een filmversie van te maken. Keer op keer vergeten ze daarbij voor het gemak dat de kijker bij een game actief bezig is, en bij een film passief. Terwijl games steeds meer speelfilmkwaliteit benaderen hebben videospelletjes nooit een goede film opgeleverd. De eerste Tomb Raider en de eerste Resident Evil konden nog bogen op de lichamelijke charmes van de hoofdrolspeelsters -niet toevallig vrouwelijke helden- maar dat werkte al niet meer in de sequels. En voor de rest gaat het al mis sinds Super Mario Bros (1993). Want van Wing Commander tot Alone in the Dark, van Final Fantasy tot alle Pokémon-films- geen gamer zal er vrolijk van zijn geworden.

Point of view

Doom doet geen moeite zijn oorsprong als videogame te verhullen: het grootste deel van de film lopen zwaar gewapende macho's door onderaardse gangen waar elk moment een monster te voorschijn kan springen. Dat is misschien spannend wanneer je een joystick in je handen hebt, maar niet vanuit een bioscoopstoel. Opvallend genoeg is de enige scène die wel werkt een point of view-sequentie, waarbij de kijker meekijkt vanuit het perspectief van een jager. Zoals bij de game, inderdaad.

Maar verder levert het weinig nieuwe gezichtspunten op. The Rock, die in Be Cool bewees zijn macho-imago best belachelijk te durven maken, speelt hier weer gewoon een domme spierbundel die alleen verlekkerd grijnst als hij een enorm wapen mag omgorden. Van regisseur Bartkowiak, maker van kille machofilms als Exit Wounds en Cradle 2 to the Grave hoeven we ook geen subtiliteit te verwachten.

Dichtgeplamuurd

Ook het 'verhaaltje' is slaapverwekkend saai: net als in Resident Evil is er sprake van een uit de hand gelopen genetisch experiment dat mensen in zombies doet veranderen. Een team bestaand uit zeer uiteenlopende types -waaronder een perverseling en een godsdienstwaanzinnige- gaat op een verlaten planeet op onderzoek uit, om vervolgens één voor één te grazen genomen te worden. Een blonde wetenschapster (Rosamund Pike) mag af en toe uitleg verzorgen, hoewel ze in andere scènes geen flauw benul heeft wat er gebeurt. En geheel volgens een ander cliché is de soundtrack dichtgeplamuurd met loeiharde metal. U begrijpt het al: zelfs verstokte gamers hebben bij het domme Doom niets te zoeken, en filmliefhebbers al helemaal niet.

Het Parool: "duister spektakel dat (..) visueel uitstekend is verzorgd. Voor de invulling is leentjebuur gespeeld bij een breed scala aan horrorfilms."
De Volkskrant: "even voorspelbaar als onderhoudend (..) eenvoudig en effectief"
In 25 zalen