Introvert Orlando Bloom ontmoet op weg naar de begrafenis van zijn vader, extraverte stewardess Kirsten Dunst.

Interview met Orlando Bloom: Modem/ Breedband
Interview met Kirsten Dunst: Modem/ Breedband

Cameron Crowe maakt altijd persoonlijke film, liefst volgegoten met zijn persoonlijke muziekkeuze. In Almost Famous, het biografisch getinte verhaal over zijn jaren als piepjonge popmusicus, pakte dat perfect uit. In Vanilla Sky leverde het behalve veel interessante scènes uiteindelijk pretentieuze onzin op. Elisabethtown is weer persoonlijker en -aanvankelijk- minder pretentieus.

Sportschoen

Centrale personage is Drew (Orlando Bloom eindelijk eens niet in een kostuumfilm), een yuppie die de beste jaren van zijn leven heeft gestoken in de ontwikkeling van een revolutionaire sportschoen. Deze blijkt echter een fiasco van wereldschokkende proporties: het kost het bedrijf waarbij hij niet meer lang zal werken (en waarvan het logo opvallend veel op het Talpa-logo lijkt) bijna 1 miljard dollar. Zijn carrièrebeluste vriendin ziet hem meteen niet meer staan. Drew is uitgerangeerd en weet niets beters te verzinnen dan op zijn Japans zelfmoord te plegen. Maar op het cruciale moment belt zijn zus om te zeggen dat zijn vader is overleden. Ook dat nog. Drew moet zijn plannen wijzigen en de begrafenis dan wel crematie van zijn vader regelen in Elisabethtown, Kentucky.

In het vliegtuig op weg naar zijn geboortestreek dringt de babbelzieke stewardess Claire (Kirsten Dunst) zich aan hem op. Drew hoort haar adviezen verdoofd aan, en laat eenmaal gearriveerd ook alle gastvrijheid van Elisabethtown over zich heenkomen. De bewoners van het stadje zijn luidruchtig maar vriendelijk en ze kennen Drews vader beter dan de yup zelf, die menige feestdag op kantoor doorbracht. Het verblijf in Elisabethtown zal Drew langzaam uit zijn verdoving doen ontwaken, en Claire komt hem daarbij helpen.

Tapdansje

Het persoonlijke aspect van Elisabethtown is dat ook Crowe zijn vader niet echt kende toen hij hem verloor. Crowe komt bovendien uit 'E-town' en wil met deze film een ode aan zijn geboortestad afleveren. Niets mis mee, maar de behaagzieke wijze waarop hij dat doet grenst aan kitsch uit de jaren vijftig-tekeningen van Norman Rockwell. De vrolijke wijze waarop afscheid wordt genomen van Drews vader oogt in eerste instantie origineel -weduwe Susan Sarandon doet zelfs een tapdansje- maar vervalt uiteindelijk in vals sentiment. Crowe mag dan een betere muzikale smaak hebben, zijn romantische komedie staat net zo bol van manipulatieve momenten als de doorsnee rom-kom.

De sympathie voor de twee hoofdpersonen vervliegt bovendien doordat Crowe zijn film onnodig twee uur lang laat dooremmeren. De excentrieke Claire gaat je dan al net zo tegenstaan als de slome Drew, wat doodzonde is, want de acteurs doen hun beste er iets origineels van te maken. De epiloog die een ode aan de all-American roadtrip moet zijn draait de film definitief de nek om: terwijl Drew zichzelf eindelijk vindt vlucht de toeschouwer naar de uitgang. Uiteindelijk smoort Crowe het persoonlijke in pretenties.

Het Parool: "waar zijn (Crowes) originaliteit en puntigheid gebeleven? (..) geestig bedoeld, maar tenenkrommend gênant"
De Volkskrant: "Cameron Crowe houdt geen maat (..) wonderlijk misbaksel"
In 25 zalen