Een Amerikaanse faillissementsrechter is maandag akkoord gegaan met het liquidatieplan voor The Weinstein Company, het bedrijf van veroordeeld zedendelinquent en filmproducent Harvey Weinstein en zijn broer Bob. Dat plan houdt in dat 17 miljoen dollar (14 miljoen euro) uit het bedrijf opzij wordt gezet voor slachtoffers van Harvey Weinstein.

Tijdens een digitale zitting werd het bezwaar van een handvol vrouwen terzijde geschoven. Zij beraden zich nu op juridische stappen bij een andere instantie dan de faillissementsrechter.

De rechter zei dat 83 procent van de eisers in het faillissementsdossier "zeer duidelijk hebben uitgedrukt dat zij alles willen afsluiten met de goedkeuring van dit plan, dat zij niet nog meer juridische procedures willen doormaken voor wat herstel".

Nadat The Weinstein Company in 2018 faillissement had aangevraagd, verkocht het bedrijf zijn aandelen aan Lantern Entertainment, de latere Spyglass Media Group. Die verkoop leverde 289 miljoen dollar (ongeveer 238 miljoen euro) op. Aan de faillissementsaanvraag gingen tal van aanklachten voor zedenmisdrijven tegen oprichter Harvey Weinstein vooraf. De filmproducent zit nu een gevangenisstraf van 23 jaar uit wegens aanranding en verkrachting.

Slachtoffers mogen geen nieuwe procedures beginnen

Verzekeraars hebben 35 miljoen dollar uitbetaald als onderdeel van het faillissementsplan, waarvan de slachtoffers van Weinstein ongeveer de helft krijgen. De slachtoffers en vermeende slachtoffers hebben de optie om van hun deel af te zien als zij verdere gerechtelijke stappen tegen Weinstein of medewerkers van diens voormalige bedrijf willen zetten.

Een groep vrouwen die beweren slachtoffer van Weinstein te zijn, heeft gesteld dat de keuze tussen het aanvaarden van een deel van het geld en het zetten van verdere stappen volgens hen oneerlijk is.