Wie in aanmerking wil komen voor de hoofdprijs bij de Oscars, moet vanaf 2024 aan nieuwe eisen voldoen. Het doel: meer inclusiviteit van achtergestelde groepen, zowel voor als achter de schermen. Hebben we zulke ingrepen ook in Nederland nodig? Hoe staat het ervoor met de representatie binnen onze eigen filmwereld? NU.nl spreekt erover met Ashar Medina, bestuurslid van de Dutch Academy for Film.

De Nederlandse Oscars zijn inmiddels in aantocht. Op 25 september gaat het Nederlands Film Festival van start, dat ieder jaar afsluit met de uitreiking van de Gouden Kalveren. In 2011 werd Nasrdin Dchar (Rabat) de eerste Marokkaans-Nederlandse acteur met die prijs, later nog gevolgd door onder anderen Marwan Kenzari (Wolf, 2013) en Nora El Koussour (Layla M., 2016).

Wat dat betreft lijkt het er misschien op dat het wel goed zit in ons land. Toch valt ook dit jaar weer op hoe weinig diversiteit er in de voorselectie van de Gouden Kalveren zit. Van de dertig films die dit jaar kans maken op een nominatie, zijn er drie geregisseerd door iemand met een multiculturele achtergrond, waaronder openingsfilm Buladó.

'Hoopvol signaal vanuit de Oscars'

"Het moet beter kunnen", erkent scenarist Ashar Medina (Mocro Maffia), die onlangs toetrad tot het bestuur van de Dutch Academy for Film. "Vooralsnog zijn er bij ons geen selectiecriteria om mee te kunnen dingen naar een Kalf, maar we gaan het daar wel over hebben. Het nieuwe beleid van de Oscars vind ik een heel inspirerend en hoopvol signaal."

"In elke industrie is er een dominante groep die bepaalt wat het beeld is", legt Medina uit. "Het werkt als een cirkeltje; wat je al kent, zul je ook eerder opnieuw kiezen. Binnen de Academy zijn we daar veel mee bezig. We willen de filmwereld meer opengooien. We doen daar onderzoek naar, geven workshops en overleggen bijvoorbeeld met instituten, zoals fondsen, omroepen en scholen."

Bekijk de trailer van Buladó
138
Bekijk de trailer van Buladó

Werken aan betere vertegenwoordiging

"Aan de ene kant moet iedereen in Nederland zich op beeld vertegenwoordigd kunnen voelen", gaat de scenarist verder. "En tegelijkertijd gaat het ook om een eerlijke representatie binnen de industrie. Ook hogere posities moeten voor iedereen beschikbaar zijn."

Medina laat weten dat er tijdens het Nederlands Film Festival veel aandacht voor zal komen. "Er komen lezingen, bijeenkomsten en tafelgesprekken met professionals. We willen veel op de agenda zetten, zodat er hopelijk doorgepakt kan worden de komende jaren."

Grote veranderingen hebben tijd nodig, erkent de scenarist. "We hebben het nu over kleur, maar de Oscars dragen het nog veel breder uit. Daar hebben ze het ook over de representatie van vrouwen en de lhbti-gemeenschap. Ik denk dat er altijd wel een bepaalde ongelijkheid of onrecht zal zijn, maar je moet stappen blijven zetten. Het liefst wil je een filmindustrie waarin verhalen worden verteld door en voor alle Nederlanders."