Earl Cameron, die gezien wordt als de eerste zwarte filmster in Groot-Brittannië met een succesvolle carrière, is vrijdag op 102-jarige leeftijd overleden.

Cameron overleed met zijn vrouw en andere familieleden aan zijn zijde, schrijft The Guardian.

De acteur werd in 1917 geboren in Bermuda en verhuisde in 1939 naar Groot-Brittannië. Twee jaar later had hij een rolletje in een toneelstuk, waarna andere theaterrollen volgden. Cameron had zijn eerste grote rol in een film na de Tweede Wereldoorlog in Pool of London (1951).

In die film speelde hij Johnny, een jonge matroos die te maken krijgt met racisme en een relatie krijgt met een witte vrouw. "Het was de eerste Britse film waarin zo'n gemengde relatie te zien was", zei Cameron in 2017 in een interview. "Maar voor mij voelde het heel natuurlijk. Het voelde als het echte leven."

'Zwarte acteurs hadden het moeilijk'

De acteur had het moeilijk in de 'witte' filmindustrie, vertelde hij in datzelfde interview. Een hoofdrol zat er niet in, tenzij in een script gespecificeerd was dat een rol speciaal voor een zwart persoon bedoeld was. "Ik kreeg voornamelijk kleine rollen, en dat was erg frustrerend. Niet alleen voor mij, maar ook voor andere zwarte acteurs. Het was lastig voor ons om een rol van betekenis te kunnen spelen."

In 1964 had Cameron een bijrol in James Bond-film Thunderball en in 1964 was hij te zien in Guns of Batasi. Verder had hij bijrollen in The Queen en Inception en verscheen hij in televisieseries, zoals The Dark Man, een drama over een taxichauffeur die immigrant was.

Cameron werd in 2009 onderscheiden met een Britse ridderorde (zie foto). Hij trouwde twee keer. Zijn eerste vrouw Audrey overleed in 1994. In datzelfde jaar trouwde hij met Barbara.