Nadja Hüpscher kende veel successen als jonge actrice, maar kon dat succes niet vasthouden. De 48-jarige actrice wijt haar wisselvallige carrière aan pech, zegt ze in een interview in de Volkskrant.

"De kans is heel klein dat je met acteren eeuwig succes hebt. Het gaat op en neer, en als je geluk hebt, heb je heel lang werk, maar bij de meeste acteurs zakt hun acteercarrière gewoon in, en dan moet je weer iets nieuws vinden."

Hüpscher speelde in meerdere films van regisseur Eddy Terstal, waaronder De Boekverfilming. Voor haar rol in die film won ze in 1999 een Gouden Kalf. Daarnaast was ze te zien in de bekroonde film Simon.

'Ik vond het allemaal toch te veel van hetzelfde'

Daarna raakte de actrice enigszins in de vergetelheid. In 2016 leek ze haar comeback te maken met een rol in de soapserie Goede Tijden, Slechte Tijden, maar Hüpscher hield het niet lang vol. "Ik speelde de rol van de spijkerharde zakenvrouw Elise Kil, wat ik op zich leuk vond, maar uiteindelijk vond ik het allemaal toch te veel van hetzelfde."

Toen besloot Hüpscher om "zelf het heft in handen te nemen" en volgde ze een opleiding aan de Script Academy, om zich als schrijver te ontwikkelen. "Want bij acteren moet je altijd wachten en hopen dat iemand jou wil. Veel vaker heb je pech, dan ben je niet het type, praat je niet zoals ze het willen, weet ik veel. Bij schrijven ben je meer de baas. Dat voelt veel beter."