Het producentenechtpaar Laurie MacDonald en Walter Parkes heeft legendarische films gemaakt, waaronder Men in Black. 22 jaar na het eerste, verschijnt nu het vierde deel. "De kwaliteit van een script is nog steeds leidend", zegt Parks tegen NU.nl.

Twister, Amistad, The Mask of Zorro, Deep Impact, Gladiator, The Ring, Catch Me If You Can, Minority Report; het zijn enkele voorbeelden van het grote aantal succesvolle en veelbesproken films waaraan MacDonald (65) en Parkes (68) als producenten hebben meegewerkt.

Maar het stel is dus ook verantwoordelijk voor de filmadaptatie van de stripboekenreeks Men in Black, die met de acteurs Tommy Lee Jones en Will Smith in 1997 in de filmzalen verscheen. In 2002 en 2012 volgden het tweede en derde deel, eveneens met de twee Amerikaanse acteurs.

Deze week verschijnt een vierde deel, Men in Black: International. Ditmaal met Chris Hemsworth en Tessa Thompson in de hoofdrollen. De verhaallijnen in alle vier de films tonen sterke gelijkenissen. Buitenaardse wezens die hun toevlucht zoeken op onze aarde worden door de 'Men in Black' geholpen zich vreedzaam onder de mensen te begeven. Daarnaast zien de 'MIB' erop toe dat ongewenste of onaangepaste aliens direct de aftocht blazen.

Een vierde Men in Black, 22 jaar na het eerste deel. Heeft Hollywood last van ideeënarmoede, of is de Men in Black-franchise gewoon zo sterk?

MacDonald: "Er worden nog steeds goede verhalen geschreven, maar ze zijn moeilijker te vinden. Dat heeft vooral te maken met de strijd die gevoerd wordt tussen de televisiestations en de streamingdiensten. Grote filmstudio's krijgen hierdoor veel minder verhalen aangeboden. Dat doet pijn om te zien, omdat wij jarenlang een grote filmstudio hebben geleid, met andere studio's hebben samengewerkt en weten hoe lastig het is om verhalen te krijgen."

Parkes: "Als iemand ons twintig jaar geleden zou hebben verteld dat er een vierde MIB-film zou verschijnen in 2019, hadden we hem voor gek verklaard. Ik houd gewoon van de hele wereld rondom Men in Black. Altijd al gedaan. Er is een reden waarom we die stripboeken destijds zo tof vonden. Het idee dat er een geheime dienst bestaat die ons beschermt en in de gaten houdt welke aliens hun toevlucht op onze planeet zoeken, is zo goed. Het lijkt ook een beetje op de film Casablanca. Daarnaast vind ik de stijl, de pakken en de zonnebrillen te gek. Het eerste deel was iconisch en het wordt lastig dat te evenaren. Maar zolang er mensen zijn die deze films leuk vinden, zo lang beleven wij plezier aan het maken ervan."

Kunnen digitale animatie en speciale effecten een goed script beter of een slecht script zelfs goed maken?

MacDonald: "Nee, ze kunnen zeker geen slecht script goed maken. Wat wij altijd leuk hebben gevonden aan de MIB-franchise, is dat de films zich altijd in de echte wereld afspelen, terwijl de aliens met behulp van digitale animatie werden gemaakt."

Parkes: "Ik moet toegeven dat het schrijven van een goed filmscript niet meer zo essentieel is als jaren geleden. Een groot deel van het plezier dat het publiek tijdens het kijken van een film ervaart, wordt vandaag de dag nou eenmaal bepaald door special effects."

MacDonald: "Maar als je een film wilt financieren, zijn de kwaliteit van het script en het verhaal nog steeds leidend. Ook al weet je nog niet precies hoe de personages eruit zullen zien."

Parkes: "Je moet je aangetrokken voelen tot het verhaal. Maar kijk naar de populaire films van dit moment. Die drijven veelal op special effects en meestal staat al vast dat ze onderdeel worden van een reeks. Heel Hollywood heeft een gigantische trek in die zogeheten franchisefilms. Maar uiteindelijk begint iedere film met een idee dat wordt uitgewerkt in een script. Dat script is eventueel goed genoeg om grote acteurs aan te trekken en een gigantische gok te wagen. Want dat is het maken van films nou eenmaal. En je kunt alleen in retrospectief beoordelen of de moeite die je in een bepaalde film hebt gestopt, het ook echt waard was."

Waarom is iedereen op dit moment zo gek op biopics als Bohemian Rhapsody en Rocketman?

MacDonald: "Soms lijkt het alsof een bepaald filmgenre populair wordt door een spontaan verlangen van het publiek, maar de meeste films doen er lang over om überhaupt gerealiseerd te worden. Bohemian Rhapsody bevond zich bijvoorbeeld twaalf jaar lang in de ontwikkelingsfase. Biopics zijn daarnaast al heel lang populair. Maar het succes van al die films tussen Mamma Mia! aan de ene en Bohemian Rhapsody aan de andere kant, bewijzen vooral dat dit genre niet zulke harde klappen heeft gekregen door de strijd tussen streaming en kabel. De gemeenschappelijke ervaring van het kijken naar dit soort films in de bioscoop is namelijk een essentieel onderdeel van het succes. Als je een musicalachtige film in de bioscoop bekijkt, voelt het bij vlagen alsof je met zijn alleen een popconcert bijwoont. Horror maakt van eenzelfde soort sentiment gebruik. Als je een horrorfilm in de bioscoop kijkt en je schrikt, dan wordt die emotie versterkt door al die andere mensen in de bioscoop die ook op dat moment schrikken."

Men in Black: International is vanaf 19 juni in de Nederlandse bioscopen te zien.