Regisseur Charlie Kessler, die eerder beweerde dat de makers van de populaire Netflix-serie Stranger Things het idee voor de serie van hem hebben gestolen, heeft zijn zaak laten vallen.

Het was de bedoeling dat de zaak dinsdag zou aanvangen, maar minder dan twee dagen voor de start heeft Kessler laten weten dat hij ervan afziet. In een verklaring, gepubliceerd door The Hollywood Reporter, laat hij weten dat Stranger Things-makers Matt en Ross Duffer "geheel onafhankelijk de show hebben bedacht".

"Nadat ik de getuigenverklaring van mijn juridisch adviseur heb gehoord, is het me nu duidelijk dat mijn werk niets te maken heeft met het ontstaan van Stranger Things. Als gevolg hiervan heb ik mijn claim teruggetrokken."

Een woordvoerder van Netflix laat weten dat ze bij de streamingdienst "blij zijn dat zij deze op niets gebaseerde rechtszaak achter zich te kunnen laten". "We zijn trots op deze show en onze vrienden Matt en Ross, wier artistieke blik Stranger Things tot leven heeft laten komen."

Kessler: 'Stranger Things gebaseerd op mijn korte film'

Kessler beweerde vorig jaar dat hij op een feestje in 2014 de broers Duffer vertelde over het verhaalidee voor zijn korte film Montauk en dat zij dit idee vervolgens gebruikten voor hun serie. Hij eiste dat alle materialen die volgens hem gebaseerd zijn op zijn ideeën worden vernietigd en niet meer worden gebruikt voor Stranger Things. Ook verwachtte hij een schadevergoeding.

Stranger Things is een rondom de stad Hawkins gesitueerde sciencefictionserie en werd voor het eerst uitgezonden in 2016. Nadat een jongetje is verdwenen, wordt het stadje geteisterd door mysterieuze bovennatuurlijke zaken. Het verhaal speelt zich af in de jaren tachtig en bevat verschillende verwijzingen naar films van Amerikaanse regisseurs en schrijvers als Steven Spielberg en Stephen King.

Het derde seizoen van Stranger Things is vanaf 4 juli te zien.