Nederlandse filmmakers zijn niet tevreden over hun eigen industrie. Ze vinden dat de filmwereld internationaal gezien achterloopt en dat de kwaliteit van Nederlandse speelfilms doorgaans middelmatig is.

Die resultaten kwamen woensdag naar voren uit een onderzoek waar in totaal 292 regisseurs, scenaristen en acteurs anoniem aan meewerkten. Van de ondervraagden vond 87 procent dat Nederlandse speelfilms van een gemiddelde (54 procent) tot ondermaatse (33 procent) kwaliteit zijn. Een bijna even groot gedeelte gaf aan dat de Nederlandse film achterloopt ten opzichte van het buitenland.

"Ik weiger te geloven dat Nederlandse schrijvers slechtere verhalenvertellers zijn dan buitenlandse schrijvers", merkt een ondervraagde scenarist op. "Scenaristen lopen tegen de angst van de beslissers aan. Hun verplichte inhoudelijke bemoeienis brengt zelden iets goeds en het beperkte productiebudget is de nekslag voor het eindproduct. Van menig prachtig script blijft in de uitvoering geen spaan heel."

Initiatiefnemers in gesprek met ministerie

Het onderzoek stond woensdag centraal tijdens een symposium in EYE, in aanwezigheid van minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap). De initiatiefnemers, onder wie acteur Gijs Scholten van Aschat en regisseur Maarten Treurniet, zijn in gesprek met het ministerie van OCW om voor verbetering te zorgen. Zo ligt er het idee om een artistiek directeur bij het Filmfonds aan te stellen, iemand die een betere verstandhouding met makers zou hebben.

Uit een recent rapport van een visitatiecommissie kwam nog naar voren dat de cultuurfondsen "goed tot uitstekend functioneren". De initiatiefnemers wijzen erop dat bij dat onderzoek alleen werd gekeken naar het proces van het Filmfonds, niet naar de kwaliteit van de films zelf.