Achttien jaar nadat Jim Carrey furore maakte als de Grinch, het groene monster dat kerst haat, neemt Sherlock Holmes-acteur Benedict Cumberbatch de stem van het hoofdpersonage waar in de nieuwe animatiefilm The Grinch.

In de nieuwe versie van het oude Dr. Seuss-verhaal How The Grinch Stole Christmas! is er een andere wending gegeven aan de reden dat de Grinch zo'n hekel heeft aan het kerstfeest. "Daardoor wordt duidelijk waarom hij zo obsessief bezig is met kerst en waarom het zo vreselijk voor hem is", zegt Cumberbatch in gesprek met NU.nl.

De Grinch leeft afgezonderd in Whoville, een idyllisch dorp waar alle mensen vriendelijk zijn en kerst dé ultieme tijd van vreugd is voor de inwoners, de Who's. De Grinch heeft een plan bedacht: hij gaat het kerstfeest van zijn dorpsgenoten stelen. Zijn plan lijkt te lukken, tot hij in aanraking komt met het jonge meisje Cindy Lou, die voor de verandering niet enkel aan cadeaus of andere materiële zaken lijkt te denken in de kerstperiode.

De Grinch is door zijn uitgebreidere achtergrondverhaal in deze nieuwe film niet langer een pure slechterik, denkt de 42-jarige acteur, die naast Sherlock Holmes bekend is van rollen in The Imitation Game, Doctor Strange en Patrick Melrose. "Dat vind ik ook het leuke, ik houd van slechteriken met een persoonlijkheid. Zodat wij als kijker kunnen begrijpen waarom ze zo geworden zijn zoals ze zijn."

Jim Carrey als de Grinch

Hoewel de versie van de film uit 2000, waarin Jim Carrey met heftige make-up in de huid van de Grinch kroop, een commercieel succes was, vonden sommige recensenten uit die tijd de film te eng voor kinderen. De gezichtsuitdrukkingen van Carrey als de Grinch werden beroemd, maar zouden wel zijn tol hebben geëist van iedereen op de filmset.

Voor zijn transformatie moest Carrey namelijk urenlang in de make-up-stoel zitten, waarbij hij volledig in groene vacht werd gehesen en pijnlijke contactlezen moest dragen - met een klaarblijkelijk op sommige momenten woedende Jim Carrey tot gevolg. Een stemming die goed bij zijn rol paste: een sadistisch en alleshatend monster dat erop gebrand is het leven van anderen zuur te maken.

The Grinch anno nu zal geen angst veroorzaken: het monster haat de kerst nog altijd, maar zijn dorpsgenoten lijken hem toch vooral als een gekke kluizenaar te zien die een beetje anders is dan anderen. Sterker nog: als kijker kun je je goed voorstellen dat de Grinch zich afzet tegen het bijna onmenselijke goedaardige en overenthousiaste karakter van de Who's.     

Aversie tegen de materialistische kant van kerst

De kijker anno nu is dan ook zeker niet bitter geworden, als hij begrip heeft gekregen voor de Grinch vindt Cumberbatch. "Dat betekent dat je een onderdeel bent van de moderne wereld, en misschien ook wel dat je volwassen bent geworden. Tegelijkertijd zegt het veel over het personage dat hij denkt dat hij kerst kan stelen, puur door het wegnemen van spullen en dat hij verder niet nadenkt over de liefde en de kerstvreugde en alle andere dingen die bij kerstfeest horen en die verder gaan dan het pure materialisme."

Want uiteindelijk "bestaat er niet zoiets als een monster", denkt Cumberbatch. "Eigenlijk is het leven een soort loterij en moet je hopen dat je de goede mix treft van genen, opvoeding en wat je hebt meegemaakt in het verleden. We moeten goed zorgen voor de 'Grinches' van de wereld. We moeten hen uit hun Witte Huis… ik bedoel uit hun eenzame huizen halen en in laten zien dat liefde, vreugde en vrijgevigheid de mooiste dingen des levens zijn."

Geen medeacteurs als stemacteur

De acteur keek ter voorbereiding van zijn rol expres niet naar de versie met Jim Carrey, van achttien jaar geleden, om zich zo de rol eigen te kunnen maken. "Nu deze film klaar is, moet ik hem toch maar weer eens gaan bekijken."

Hij vervolgt: "Het is sowieso gek om jezelf een karakter eigen te maken, enkel door het gebruiken van je stem. Je hebt geen mede-acteurs om mee te sparren. Gelukkig past dat bij het karakter de Grinch, die ook compleet geïsoleerd leeft. Arme Max (het hondje van de Grinch, red.), die als metgezel zijn grillen steeds moest opvangen. Ik beeldde me telkens in dat Max bij me was in de studio.”