Nederlandse films trekken minder bioscoopgangers. Het aantal bezoeken is in de afgelopen vijf jaar met 36 procent gedaald. De daling is opvallend, omdat buitenlandse bioscoopfilms in dezelfde periode juist een stijging van 30 procent lieten zien.

In een woensdag verschenen rapport van Filmdistributeurs Nederland (FDN) staat dat er geen sterke Nederlandse publieksfilms meer worden gemaakt. Volgens de FDN moet de schuld daarvoor deels bij het Filmfonds gezocht worden, omdat het fonds voor dit soort films te weinig geld zou uittrekken.

Ondertussen wordt wel meer subsidie gegeven aan documentaires en kleine producties die nauwelijks bioscooppubliek trekken. "Hiermee draagt het Filmfonds niet bij aan een gezond klimaat voor publieksfilms, zoals dat voorheen wel degelijk het geval was."

Een ander probleem waar de filmsector structureel mee worstelt, is de terugloop van inkomsten als gevolg van piraterij. Niet alleen retailgiganten als Videoland en de Free Record Shop zijn hierdoor op de fles gegaan, maar ook de Nederlandse filmdistributeurs hebben hier steeds meer last van.

Failliet

Mede hierdoor zijn grote distributeurs als A-Film en Benelux Films, die veel in Nederlandse titels hebben geïnvesteerd, failliet gegaan. Ook de reclame-inkomsten van commerciële zenders als RTL en SBS zijn teruggelopen, wat ook zijn weerslag heeft op de investeringen in Nederlandse producties.

De FDN constateert overigens wel dat de zogenoemde Film Production Incentive, een regeling die het aantrekkelijk moet maken om buitenlandse filmproducties in Nederland op te nemen, zijn vruchten afwerpt.

Ook in 2018 lijkt het tij niet te keren. In de eerste paar maanden is het marktaandeel van Nederlandse films onder de 10 procent gezakt. Ook in vergelijking met vrijwel alle Europese landen is het aandeel van vaderlandse producties in het bioscoopbezoek in Nederland opvallend laag.