Matt en Ross Duffer, die beschuldigd worden het verhaal van de serie Stranger Things niet zelf te hebben verzonnen, zeggen bewijs te hebben dat zij geen plagiaat hebben gepleegd.

Uit emails, in handen van entertainmentsite TMZ, blijkt dat de broers het verhaal van de serie al in november 2010 met anderen hadden gedeeld.

Dat is 3,5 jaar voordat Charlie Kessler, de filmmaker die de broers Duffer beschuldigt, meent het concept aan de broers te hebben voorgelegd. Volgens Kessler is Stranger Things gebaseerd op een idee dat hij op een feestje in 2014 voorlegde aan de makers Matt en Ross Duffer. Kessler wilde dit idee uitwerken tot een speelfilm, getiteld The Montauk Project.

De werktitel van Stranger Things was ook Montauk en de serie zou in eerste instantie zich ook afspelen in het plaatsje met die naam, voordat de producenten de serie naar het fictieve stadje Hawkins verplaatsten.

Inhoud mails

Uit de mails die zijn verzonden in 2010, blijkt dat de broers Duffer hun verhaalidee pitchen als een "jaren tachtig-serie met een paranormale sfeer". In andere berichten, later gedateerd, is het scenario verder uitgewerkt en komt het sterk overeen met het plot van de serie die in 2016 zijn première beleefde op Netflix.

"Deze documenten bewijzen dat meneer Kessler niets te maken heeft gehad met de totstandkoming van Stranger Things", zegt de advocaat van de gebroeders Duffer. "Het project was al jaren in ontwikkeling toen beide partijen elkaar voor het eerst ontmoetten."

De advocaat van Kessler heeft nog niet op de reactie van de gebroerders Duffer gereageerd.