Op de slotdag van het 70e filmfestival van Cannes heeft de jury onder voorzitterschap van Pedro Almodóvar de Gouden Palm toegekend aan de Zweedse satire The Square van Ruben Östlund.

The Square gaat over de curator van een museum vol met groteske en pretentieuze conceptuele kunst. Zijn leven neemt een ongekende draai wanneer hij zijn mobiele telefoon kwijtraakt.

Östlund stelt kwesties aan de orde over moraal, mannelijkheid en schijnheiligheid. Het leverde een succesvolle combinatie op van komedie, thriller en surrealisme. Het is de eerste Gouden Palm voor Zweden.

Dit jaar dongen negentien inzendingen mee naar de begeerde onderscheiding. Daaronder twee films die niet op het grote doek in de bioscoop zijn te zien, maar alleen op Netflix. Almodóvar toonde zich daarvan een fervent tegenstander.

Andere onderscheidingen

Joaquin Phoenix werd uitgeroepen tot beste acteur voor zijn hoofdrol in de thriller You Were Never Really Here.

De prijs voor de beste actrice ging dit jaar naar Diana Kruger voor haar spel in het Duitstalige neonazi-drama In the Fade (Aus dem Nichts), geregisseerd door Fatih Akin.

De Amerikaanse Sofia Coppola, dochter van Francis Ford Coppola, werd gehuldigd als beste regisseur, dankzij haar werk voor de historische film The Beguiled.

Het aids-drama 120 battements par minute van de Fransman Robin Campillo kreeg de Grote Prijs.

De Juryprijs was voor de Rus Andrej Zviagintsjev voor zijn familiedrama Neljoebov (Loveless).

De onderscheiding voor het beste draaiboek ging naar naar twee films: The Killing of a Sacred Deer met Nicole Kidman en Colin Farrell en You Were Never Really Here van de Schotse Lynne Ramsay.