Wisselvallige staalkaart van hedendaagse Cubaanse muziek, met de onvermijdelijke oude Cubaan als gids. Goede muziek, slechte toneelstukjes en veel storende hiaten. @@

Bekijk trailer:
Modem/ Breedband

Frits Barend bewees het afgelopen week weer eens toen hij de 87-jarige Cubaanse zanger Pio Leiva aankondigde als een 92-jarige legende: een Cubaanse zanger kan nooit oud genoeg zijn. Bejaarde Cubaanse zangers worden doodgeknuffeld sinds de zegetocht van de Buena Vista Social Club-cd (1997, 9 miljoen verkochte exemplaren) en de gelijknamige documentaire van Wim Wenders (1999). Het is daarom een lovenswaardig initiatief dat Musica Cubana de jongere generatie aan bod laat komen, en naast de son van de Cubaanse opa's ook salsa en rap laat horen.

Taxichauffeur

Helaas kiest ook German Kral, een oud-student van Wenders (die verder weinig bemoeienis net de film had, ook al staat zijn naam groot op de poster), voor een oude Cubaan als centraal figuur: de eerdergenoemde Pio Leiva. Hij speelde een ondergeschikt rolletje in de vorige documentaire maar was desondanks de publiekstrekker van de band die onder het motto 'Sons of Buena Vista' in juli Amsterdam aandeed. Concerten en film (plus cd, vorige maand) komen van dezelfde initiatiefnemers. Daarmee jagen ze in feite dezelfde droom na als de taxichauffeur (Barbaro Marin) die aan het begin van de film Pio Leiva in zijn auto krijgt. Want ook deze chauffeur, tevens impresario, droomt ervan concerten te organiseren, met Pio én een wagonlading jong Cubaans talent.

Tenenkrommende toneelstukjes

Aardige insteek, jammer alleen dat deze onnodige verhaallijn tenenkrommende toneelstukjes oplevert, die bovendien de interviewfragmenten ondermijnen. Want hoe betrouwbaar zijn de documentaire gedeeltes nog als een deel van de scènes geënsceneerd is? Bovendien wordt er, net als bij de concerten, op twee benen gehinkt: kiezen voor onbekender, jong talent, maar toch weer een Buena Vista Social Club-lid als publiekstrekker gebruiken. Dat neemt niet overigens weg dat er prachtig gezongen wordt, vooral door de bescheiden El Nene, de prachtige Osdalgia en de sprankelende rapster Telmary Diaz.

Castro

De muzikale nummers worden afgewisseld met beelden van het Cubaanse straatleven en korte interviews, een aanpak die Kral slaafs overnam van Wenders' Buena Vista Social Club-film, net als de buitenlandse tournee waarmee ook deze film wordt afgesloten. Hoe slecht Cuba er voor staat blijkt uit de straatbeelden, maar Kral laat de goed doorvoede zanger Luis Frank vanuit zijn al even dikke auto ongestoord betogen dat iedereen gelijk is in Cuba. Hij is dan ook een van de weinige Cubanen met een flinke kleurentelevisie én een portret van Castro aan de muur. En wanneer de leerlingen van de muziekschool de heldendaden van Commadante Che Guevara bezingen lijkt het even of we in een propagandafilm zijn beland.

Chan Chan

Tegengas voor deze propaganda wordt wellicht geboden in de raps van Telmary, maar wie geen Spaans spreekt komt daar niet achter, omdat de meeste nummers niet zijn ondertiteld. De rapversie van de Buena Vista-hit Chan Chan lijkt voorts een aardige link tussen oude en nieuwe Cubaanse muziek. Maar de naar Frankrijk uitgeweken Cubaanse rappers van Orishas coverden Chan Chan al veel eerder, ook al wordt daar met geen woord over gerept. En zo wordt het swingende en sympathieke Musica Cubana ontsierd door hiaten en slordigheden. Prima Musica, maar over Cubana zelf wordt de kijker nauwelijks wijzer.

Het Parool: "de muziek mag dan inspireren, deze slappe filmpresentatie niet"
De Volkskrant: "feelgood-film (..) het is bij Musica Cubana maar moeilijk uit elkaar te houden wat fictie is en wat feit"
In 12 zalen

# Niet gezien
@ Laat maar
@@ Op eigen risico
@@@ Niet slecht
@@@@ Aanrader
@@@@@ Wereldfilm