Nederlandse speelfilms doen het goed op buitenlandse festivals. Het aantal vaderlandse producties dat werd geselecteerd voor vertoningen in het buitenland groeide. Bovendien werden er meer prijzen in de wacht gesleept.

Dat blijkt volgens de Filmkrant uit cijfers van het Filmfonds.

In 2015 werden 39 Nederlandse speelfilms geselecteerd voor zogenaamde internationale A-festivals. Een jaar eerder was dat nog 35.

Het totaal aantal Nederlandse films dat vertoond werd op alle internationale festivals steeg van 1.324 in 2011 naar 1.878 in 2014. Het aantal prijzen dat vaderlandse titels in de wacht sleepten, steeg in vier jaar tijd van 125 naar 168 per jaar.

Er worden trouwens ook meer films per jaar gemaakt, wat deels verklaart waarom meer producties naar het buitenland gingen. In 2011 werden er in Nederland 55 speelfilms gemaakt en 18 lange documentaires. Dat aantal groeide in 2014 tot respectievelijk 66 en 22, een stijging van 12 procent.

Budget

Er wordt overigens ook meer geld uitgegeven aan het produceren van films: dit bedrag steeg van 106 miljoen euro in 2011 naar 133 miljoen euro in 2014. Dit kan mede worden verklaard door de invoering van de 'production incentive', een nieuw gunstig belastingvoordeel voor investeringen in films.

Ook het marktaandeel van de Nederlandse films in de bioscopen nam toe: van 15,9 procent in 2010 naar 20,9 procent in 2015. Dit betekent een stijging van 4,5 miljoen bezoekers in 2010 naar 6,4 miljoen bezoekers in 2015.