Acteurs Ben Stiller, Owen Wilson en regisseur Shawn Levy hadden het succes van Night at the Museum aanvankelijk niet verwacht.

Dat zeggen de drie in gesprek met NU.nl.

Het eerste deel van Night at the Museum verscheen in 2006. Het budget van minder dan 100 miljoen euro was meer dan genoeg. Het harkte wereldwijd 575 miljoen dollar binnen; deel twee minder, maar toch nog ruim 400 miljoen dollar. Redenen genoeg om er een trilogie van te maken.

In Night at the Museum: Secret of the Tomb moet nachtbewaker Larry (Ben Stiller) zien te voorkomen dat de magie in de musea, die ervoor zorgt dat alles tot leven komt, verdwijnt. Daarbij krijgt hij hulp van een aantal oude bekenden, maar ook van een aantal nieuwe figuren.

Hopen op succes

"Ik had nooit gedacht dat dit een trilogie zou worden", geeft Stiller toe. "Het eerste deel was niet meer dan een familiefilm. Maar blijkbaar vonden mensen het zó leuk dat het een groot succes werd. Je hoopt als acteur natuurlijk altijd op een succes, maar je weet het nooit."

Wilson herinnert zich de opnames van de eerste film nog. "Toen we 'm maakten, wisten we absoluut niet dat we tien jaar later een derde film zouden maken. We hadden er ook nooit over nagedacht. Maar eerlijk gezegd moet je gewoon veel geluk hebben. Je moet het geluk hebben dat op dat moment het publiek zo'n film over een museum leuk vindt", aldus de acteur.

Niet opgelucht

Het was al bekend dat Night at the Museum: Secret of the Tomb definitief de laatste film voor Stiller, Wilson en Levy is. De regisseur was niet blij toen de opnames voor het derde deel afgerond waren. "Ik vond het eigenlijk wel vervelend. Het was uiteraard mijn keus om er een einde aan te breien. Maar dan toch: het was zó leuk.

Levy probeert het uit te leggen. "Ik had zoveel lol met deze acteurs, al tien jaar lang. En het was al zo'n fantastische verrassing toen het zo'n groot succes werd. Dit was zeker wel goed voor mijn carrière", grapt hij.

Vaderschap

Toen Stiller aan de opnames van het eerste deel begon. Was hij zelf vader van een 2-jarig kind. "Ik heb wat ervaringen uit mijn vaderschap wel naar de film meegenomen, ja. Zelf heb ik niet veel van het script geleerd, hoor", zegt hij lachend.

"Nu is mijn kind 12 jaar, dus je kunt het leven van mijn personage in de film wel vergelijken met mijn eigen leven."

Improvisatie

Acteur Wilson heeft juist een totaal andere rol in de film. Hij speelt de rol van de erg kleine Jedediah, die samen met zijn vriend Octavius rare streken uithaalt. "We hebben wel een bijzondere relatie, ja", zegt de acteur. "Maar de meeste grappige scènes hebben we geïmproviseerd."

"Ik weet alleen niet hoe je improvisatie kunt definiëren", vraagt Wilson zich af. "We hebben niet alles ter plekke bedacht, maar we hebben wel veel teksten op de set bedacht. Dat je opeens denkt: 'hé, is dit niet handiger om het op deze manier te doen?', dat vind ik wel improviseren."

Rijksmuseum

Levy laat aan het einde van het interview nog weten dat hij talloze brieven van musea heeft gehad, met het verzoek om het derde deel in hun museum te filmen. Hij weet echter niet of daar ook een Nederlands museum bij zat. "Maar het Rijksmuseum heeft geen contact opgenomen. Dat weet ik wel zeker", zegt hij met een knipoog.

Vanaf donderdag is de derde film uit de Night at the Museum-reeks in de Nederlandse bioscopen te zien.