Timothy Spall, brommend, kreunend en grommend, is subliem als de beroemde Britse landschapsschilder Joseph Mallord William Turner.

BEOORDELING

Turner (1775-1851) is één van de grootste Britse kunstenaars allertijden. In het Tate museum in Londen kunt u bijvoorbeeld zijn Snow Storm - Steam-Boat off a Harbour's Mouth bewonderen.                                                                                            

Turner had ook een wat raadselachtige persoonlijkheid. Regisseur Mike Leigh (Secret & Lies, Vera Drake, Happy-Go-Lucky) geeft in zijn nieuwste film een fascinerend beeld van de kunstschilder.

Timothy Spall speelt de rol weergaloos. Bij het grote publiek is Spall - zijn gezicht vergeet je niet snel - bekend als Peter Pettigrew (Peter Pippeling) uit de Harry Potter-reeks, of misschien als de man die Churchill speelde in The King's Speech, maar hij kan veel meer.

Leigh castte hem ook in Secrets & Lies en Topsy-Turvy. Voor Mr. Turner won hij de Palm voor Beste Acteur in Cannes dit jaar. Terecht.

Lompe, norse kerel

Leigh schetst 's mans portret zoals Turner dat zou hebben gedaan: in impressies. Leigh is niet geïnteresseerd in de exacte data of de hoogtepunten in ‘s mans oeuvre.

Hij probeert de mens te doorgronden, en dan is het belangrijker om Turners complexe relaties te leren begrijpen met zijn vader (Paul Jesson), collega-kunstenaars en de vrouwen in zijn leven.

Vooral huishoudster Hannah Danby (Dorothy Atkinson), een kromme vrouw met een vreselijke huidziekte, en zijn late liefde in het leven, Sophia Booth (Marion Bailey), blijken essentieel. Door hun ogen leren we tóch van hem houden: deze fantastische, poëtische kunstenaar die in het echte leven een lompe, norse kerel was, ogenschijnlijk zonder ook maar een greintje (mede)gevoel.

Indrukwekkende symfonie

De film - die trouwens in de Lage Landen begint - zit vol schitterend geformuleerde salondialogen, maar Spall weet die zinnen uit te spreken alsof het dodelijke beledigingen betreft en voegt er nog een arsenaal aan grofheden aan toe.

Zo noemt hij ons Hollandse landschap "zo plat als een heksentiet". Hij produceert een indrukwekkende symfonie aan kreun, brom- en gromgeluiden.

Er is moed voor nodig om zó te acteren: met een rode kop van de inspanning, onsympathiek, gierig, oncollegiaal en grof. Turner was een verschrikkelijk publiek spreker, kon totaal niet zingen en had een afschuwelijk gevoel voor humor.

Juist dat maakt de film regelmatig verrassend grappig. Juist dat neemt je voor hem in. Spall doet iets magisch met dit personage.

Daguerrotype

Leigh zoekt natuurlijk naar een antwoord op de vraag hoe zo’n grove man zulke mooie kunst kon creëren. Tegen het einde van de film raakt Turner geïnteresseerd in fotografie en laat een daguerrotype van Sophia en zichzelf maken.

Het is een zeldzaam moment van openlijke tederheid én een moment van verdriet: hij voelt het einde van zijn schilderkunst naderen.

Maar met de fotografie kwam ook de film en Leigh weet - met dank aan Spall en de overige, uitmuntende acteurs - iets van de essentie van Turner te vangen. Het prachtige camerawerk van Dick Pope doet de rest: de mist, de rookflarden van stoomschepen en treinen, het water, de bleke zon… Het is tijdloos en, gelukkig, ook na de film nog steeds ondoorgrondelijk mooi.

Te zien in 27 zalen