De Israëlische filmproducent Menahem Golan is vrijdag op 85-jarige leeftijd overleden. 

Dat meldt de Britse krant The Guardian.

Hij leidde in de jaren tachtig productiemaatschappij Cannon en was een van de producenten van de succesvolle Nederlandse film De Aanslag.

De verfilming van het boek van Harry Mulisch was in 1987 de eerste Nederlandse speelfilm die een Oscar won. Mede op aandringen van Golan zou Derek de Lint, die in die jaren aan de weg timmerde in het buitenland, de hoofdrol hebben gekregen. Ook coproduceerde hij de Dolly Dots-film Dutch Treaten en de Nederlandse thriller Wildschut.

Golan diende in zijn jeugd als piloot bij de Israëlische luchtmacht en begon in de jaren zestig met zijn neef Yoram Globus een filmproductiebedrijf. In de jaren zeventig namen ze het noodlijdende Amerikaanse concern Cannon over en verbreedde hun speelveld naar Hollywood.

Actie

Hier maakte het duo een groot aantal actiehits, zoals diverse Superman- en Death Wish-sequels en de Delta Force-films met Chuck Norris. Zij werkten meerdere malen samen met sterren als Sylvester Stallone, Jean-Claude van Damme en Dolph Lundgren.

Door de overname van Cannon werden de twee broers ook enige tijd eigenaar van de Cannon-bioscopen in Nederland, inclusief het majestueuze Tuschinski-theater in Amsterdam.

Eind jaren tachtig ging het bergafwaarts met Cannon en verkochten de broers het bedrijf. Menahem Golan verhuisde terug naar Israël, waar hij nog een aantal films regisseerde die weinig positieve kritieken kregen. Op het Filmfestival van Cannes draaide eerder dit jaar nog de documentaire The Go-Go Boys over Cannon en de twee broers.