Boertige en gewelddadige klucht rond een gevangenis-voetbalteam.

Mean Machine begint als een James Bond-film, met de ploertige Vinnie Jones als geheim agent in een snelle auto. Het blijkt echter een commercial, waarin voetballer Danny Meehan (Jones dus) de hoofdrol speelt. Meehan was aanvoerder van het Engelse team, totdat hij de uitslag van een wedstrijd met aartsvijand Duitsland voor veel geld manipuleerde.

Sinsdien wordt hij uitgekotst door de Engelsen en is hij aan de drank geraakt. Dat laat zich slecht combineren met het rijden in een snelle auto, zeker als je ook nog eens losse handjes hebt. Na een aanvaring met de politie belandt Meehan in de gevangenis, wat de Engelse maatschappij in een snelkookpan is. Ook daar moet men aanvankelijk weinig van de verrader hebben, maar wanneer Meehan het gevangenisteam gaat trainen wint hij al snel aan respect.

Mean Machine, niet te verwarren met Time Machine, komt duidelijk uit de koker van Guy Ritchie, die ook als producent fungeerde. Ritchie ontdekte met Lock, Stock and Two Smoking Barrels dat er in het dreigende voorkomen van ex-voetballer Vinnie Jones een karakter-acteur schuil ging.

Cast

Die beperkte kwaliteit wordt maximaal uitgebuit in Mean Machine, en het levert Jones' beste rol tot nu toe op. Ook een groot deel van de rest van de cast in deze boertige gevangenisklucht komt deels uit de Ritchie-stal. Zoals Jason Statham, die de beruchte gevangene The Monk speelt, over wie wordt gefluisterd dat hij Hanibal the Cannibal heeft opgegeten.

Dit geeft meteen aan hoe de humor in Mean Machine is: weinig subtiel, maar ook behoorlijk melig en daardoor aanstekelijk. Alle gevangenis-clichés worden door debuterend regisseur Barry Skolnick uitgebuit, met wisselend succes. Uiteraard wordt er ook flink in geknokt, wat de film af en toe erg bloederig maakt. Maar er wordt ook overtuigend gevoetbald in de wedstrijd tussen de bewakers en gevangenen die de climax van de film vormt. Een komedie voor de F-side, kortom.

De Volkskrant

In 28 zalen