Aan bekende animatiefilms als Toy Story, Finding Nemo en Cars gaat 4 tot 5 jaar voorbereiding vooraf voordat ze in de bioscoop verschijnen.

Alleen al met het bedenken en vormgeven van de karakters zijn tekenaars 6 maanden tot 2 jaar bezig, blijkt uit een tentoonstelling over de Amerikaanse animatiestudio Pixar, die donderdag opent in de Amsterdam Expo.

De expositie laat zien hoe de animatiefilms tot stand komen, onder meer met ruim 500 originele kunstwerken uit de archieven van de Californische animatiestudio die tot de grootste in de wereld behoort.

Handwerk

Ondanks computers blijft het traditionele handwerk, zoals tekenen en schilderen, belangrijk. Zo'n 30 kunstenaars maken vele schetsen, pentekeningen, schilderijen, pastellen en kleifiguren voordat de film op de computer wordt gemaakt.

Met allerlei probeersels worden ''de stemming, de emoties en de toonzetting bepaald'', zei curator Elyse Klaidman woensdag. Zo worden kleifiguren gemaakt om de karakters in relatie tot elkaar te zien en om de bewegingen te visualiseren.

Geloofwaardigheid

Ook is met schetsen te zien hoe de makers een denkbeeldige wereld proberen op te roepen. Klaidman: ''We willen de werkelijkheid niet nabootsen, maar het moet wel geloofwaardig zijn."

Finding Nemo kent bijvoorbeeld ook de donkere dieptes van de oceanen, net als in de echte wereld. Uiteindelijk werken 250 mensen aan de totstandkoming van één film.

Toy Story

Pixar werd in 1979 opgericht door George Lucas, de maker van de Star Wars-films. In 1986 nam Apple-oprichter Steve Jobs het bedrijf over. In 1995 verscheen Toy Story, de eerste volledig computergeanimeerde film ter wereld. 

Sinds 2006 is Pixar in handen van Disney. Na de oprichting heeft het bedrijf meer dan 30 animatiefilms uitgebracht, waaronder ook bekende producties als WALL-E en Ratatouille.

De tentoonstelling over de animaties was eind 2005 voor het eerst te zien in het kunstmuseum MoMA in New York en reist sindsdien de hele wereld rond.