Flitsende glamrock-musical over een Oostduitse transsexueel

De meest bizarre film van deze week is ongetwijfeld Hedwig and the Angry Inch. Hoodfdpersoon Hedwig werd geboren in Oost-Berlijn, als Hansel. In zijn puberteit besloot Hansel dat hij liever een meisje wilde zijn. Met geld van een verliefde zwarte Amerikaanse militair werd de operatie betaald, maar als geslachtsorgaan hield Hedwig er wel een 'angry inch' aan over.

De geblondeerde Hedwig en haar lover vluchtten naar de VS, waar haar zwarte lover haar in de steek liet op de dag dat de Muur viel. Daarna voorzag Hedwig in haar onderhoud met talloze hand- en spandiensten, meestal van sexuele aard. Een affaire met een vroegrijpe jongen leverde de inspiratie voor een aantal songs op, maar eenmaal gerijpt ging deze jongen er met Hedwigs repertoire vandoor, om in plaats van Hedwig beroemd te worden.

Gelijkenis

Kortom, het heeft Hedwig niet meegezeten, maar ze heeft haar humor behouden. Dat klinkt ook in de film door, die is gelardeerd met glamrock-achtige nummers. Omdat Hedwig een musical is over een transsexueel ligt de vergelijking met de Rocky Horror Picture Show voor de hand. Thematisch vertoont de film echter meer gelijkenis met het veel minder bekende Velvet Goldmine. Maar waar die film zwaar op de hand was blijft Hedwig altijd luchtig.

Van de bombastische muziek moet je houden, evenals van de uitleggerige tekenfilms die tussendoor worden vertoond. En het is jammer dat John Cameron Mitchell (die de film schreef, regisseerde én ook nog de hoofdrol speelt) in het eerste half uur al al zijn kruit verschiet. Dan worden vrijwel alle absurde gebeurtenissen en vondsten al over de kijker uitgestort, zodat het uur erna slechts de muziek rest. Wes Anderson weet in The Royal Tenenbaums het niveau een hele film vol te houden. Maar met twee bijzondere releases mag de kieskeurige bioscoopbezoeker deze week niet mopperen.

De Volkskrant:

In 4 zalen