Lekker brutale versie van het Jack the Ripper-verhaal, met Johnny Depp

Opvallend genoeg begeven deze week de Amerikanen zich op Brits terrein. Robert Altman maakt met Gosford Park een degelijk Brits drama en de Amerikaanse Hughes Brothers storten zich in From Hell

Dat laatste is ook weer niet zo vreemd, want de makers van Menace II Society beschouwen Victoriaans Londen ook als een soort getto. In elk geval gaat dat op voor de hoerenbuurt waar Jack the Ripper anno 1888 zijn werkterrein heeft.

De Hughes-tweeling maakt er, met dank aan Praag waar de film werd opgenomen, een lekker groezelig buurtje van, waar in morsige steegjes voor een paar penny een wip gemaakt kan worden. De hoeren zijn zo mogelijk nog onooglijker dan hun pooiers, op de engelachtige verschijning van Heather Graham na, die dan ook flink uit de toon valt. Temeer daar deze temeier onwaarschijnlijk moeilijk aan klanten komt -misschien denken de hoerenlopers wel dat ze te duur is.

Visioenen

In deze krochten zoekt Jack the Ripper zijn slachtoffers, onder de prostitutiepopulatie. Na twee doden worden de daders nog in pooierkringen gezocht, maar inspecteur Abberline (Johnny Depp met een plat Engels accent) denkt er het zijne van. De chirurgische precisie waarmee de vrouwen zijn 'geript' duidt op een slager, een chirurg, of een andere 'vakman' met goed materiaal.

Depp komt aan zijn inzichten via visioenen die worden opgeroepen met behulp van opium en absinth. Die opvallende handelswijze wordt door zijn superieuren getolereerd omdat zijn intuïtie vaak de juist kant uitwijst.

Depp speelt een aardige variatie op de verstrooide inspecteur die hij in Sleepy Hollow neerzette. Die speurneus viel bij elk onthoofd slachtoffer flauw, maar rechercheur Abberline heeft zijn maag beter onder controle. In tegenstelling tot de medewerkers van het mortuarium, die -hoe ervaren ook- bij elk slachtoffer van The Ripper over hun nek gaan, of op zijn minst bleek wegtrekken.

Geluid

Via deze indirecte manier -het tonen van reacties- weten de Hughes meer geweld te suggereren dan in feite wordt getoond. De meeste slachtingen vinden buiten beeld plaats, al laat de geluidsband niets te raden over. From Hell laat je op deze geraffineerde manier ouderwets griezelen. Je ogen sluiten heeft geen zin, want het geluid is meestal gruwelijker dan het beeld.

Ook in het verbeelden van Depps opium-visioenen pakken de Hughes visueel flink uit. Bovendien voegen de Hughes-broertjes (zelf half zwart, half Armeens) zinnige kanttekeningen toe over de rol van het anti-semitisme en het koningshuis in de Victoriaanse tijd.

Niet alle details zijn historisch juist. De echte Ripper liet inderdaad druiventakjes achter bij zijn slachtoffers, maar de echte rechercheur Abberline leek meer op Robbie Coltrane (die Depps collega speelt) dan op Depp zelf. Bijzaak, want aangezien de echte Ripper nooit gepakt is, biedt dat alle ruimte voor speculatie en de Hughes laten hun fantasie dan ook flink op de loop.

De VolkskrantTrouw