AMSTERDAM - Regisseur Jos Stelling (Het meisje en de dood) vindt dat het maken van films sterker moet worden benadrukt tijdens het Nederlands Film Festival.

Dat zegt Stelling in gesprek met NU.nl.

"Het is een beetje een marketingevenement geworden. Maar daar kan de organisatie niets aan doen. Het is de tijdsgeest."

"Het is ons Nederlandse lot. De Nederlander is een mengeling van een dominee, een boekhouder, een leraar en een politieagent. Voor kunst heb je iets meer nodig dan die pragmatische inslag."

Nederlandse filmdagen

Stelling, die in 1975 een nominatie voor het filmfestival van Cannes ontving, stond in 1981 aan de basis van het NFF, maar zag het festival gaandeweg veranderen.

"We hadden een festival opgericht voor de korte film onder de naam Nederlandse Filmdagen. Het was een soort daklozenopvang voor creatieven, maar het was echt gericht op filmmakers."

"We waren erg bezig met het maken van de film. later werd het een televisie evenement, met soapies op de rode loper. Ik vroeg me op sommige momenten echt wat ons nog bond. Later is die ontwikkeling weer teruggedraaid."

Gouden Kalf

In de loop der jaren werd een prijs geïntroduceerd, het Gouden Kalf. "Daar heb ik wel spijt van", meent Stelling. “Een prijzenavond kent over het algemeen meer verliezers dan winnaars en dat komt de sfeer niet ten goede.”

Toch vindt Stelling het belangrijk dat zijn laatste film Het Meisje en de Dood tijdens het NFF in première gaat.

"De rode loper maakt me erg zenuwachtig, maar ik vind het leuk. Deze première moet in Utrecht plaatsvinden. Dit is mijn home."

Het Meisje en de Dood gaat zaterdagavond tijdens het NFF in première